donderdag 4 september 2014

Mijn laatste dag

Wat zou ik doen als vandaag de laatste dag van mijn leven zou zijn?
Ik zou wakker worden en mijn ramen openen, de morgenlucht, ijl van een nieuwe dag en vol van verlangen, in mijn longen zuigen en de wind voelen op mijn wangen, en mijn lippen tuiten voor een kus, me laten omhelzen door het gegons van de geluiden van straten, het verkeer, de bloemen en de bijen. Dronken van geluk voor deze nieuwe dag zou ik met mijn blote voeten op het nog natte gras dansen, zwieren en zwaaien met de lucht als mijn getuige.
De fluitketel zou fluiten en ik zou gierend van het lachen hoog en vals mee gillen, galmend door het huis de schoorsteen uit. Het koffiefilter koninklijk behandelen en het water opschenken met flair en zeer elegant, met mijn handen licht en mijn ogen zacht. Van de koffie zou ik proeven alsof het voor het eerst gedronken wordt, en uit mijn mooiste servies. En dan zou ik gaan wandelen door de straten, door de polder, langs de weilanden het duinpad op. En ik zou iedereen die ik onderweg tegenkwam hartelijk begroeten en uitnodigen op mijn weg. In een bonte stoet, opgewekt en eensgezind zouden we al zingend mijn einde tegemoet gaan. Tranen met tuiten zou ik huilen om de schoonheid van alle mensen, om de geur van het  land, om de struiken, de vogels, om al die namen en al die kleuren. Ik zou me geen blad meer voor de mond nemen en aan iedereen mijn liefde verklaren. Dan aangekomen aan de rand van de zee, en aan het einde van de wereld, tussen alle reizigers die mij vergezellen zou ik eindelijk de min zijn die ik altijd al wilde zijn. Maar niettemin ook de nar, ja ook de nar. En ik zou zo de zee in lopen en de golven zouden me omhullen, en me koesteren en me dragen naar het begin van een nieuwe dag.