maandag 8 september 2014

Ik kom eraan

Het laatste woord valt als een slotakkoord. Gewogen met een precisie die treffend is voor jouw manier van spreken. Alle woorden, vooral de kille klanken van jouw stem, klinken nu nog na in de kale ruimte die eens ons beide toebehoorde. Maar de wanden zwijgen nu een zwijgen die haast troostend is. En bijna onmerkbaar schijnt het licht door de ramen zoals het nog nooit heeft geschenen. Je laat de deur op een kier als je weggaat, maar deze slaat na een kort moment vol twijfel alsnog dicht. De wind die door de kamer waait trekt langs mijn wangen, en een zucht gevuld met een weemoedig verlangen waarvan zelfs de vloer even lijkt op te veren, ontsnapt ongewild uit mijn keel. Troosteloos valt de schemer in, en gehurkt met mijn handen voor mijn ogen zit ik minutenlang in de hoek, mijn hoek, mijn tranen hebben vrij spel, en via mijn handen komen ze tenslotte op de grond terecht.
Het is al laat als ik mijn jas aantrek en dan voor de laatste keer de sleutel in het slot steek.  Geen spijt, geen twijfel en geen berouw. Ik recht mijn schouders en kijk nog eenmaal gedachteloos door het raampje in de deur naar binnen. De schaduwen in de gang lijken nu al hun eigen spel te spelen.
Het is voorbij, het is voorbij!
Weer schieten de tranen in mijn ogen. Vanuit mijn jaszak hoor ik het belsignaal van mijn mobiel afgaan. Vlug druk ik de oproep weg. Nog even niet. Nu nog niet.
Maar dan bedenk ik me en snel typ ik wat woorden in op het scherm.
Ik ben klaar.
Ik kom eraan.