maandag 1 september 2014

Hoog voltage

Al die weerstand. En dan weerstand tegen de weerstand. Twijfel over dit en over dat. Dan twijfelen over de twijfel. Tot het punt van niet meer weten. En dat is pas echt uitzichtloos. Op het eerste gezicht. Maar daar helemaal in onder gaan, tot je radeloos wordt van jezelf en verstijft van angst voor het onbekende, en dan op het randje van waanzin aangekomen doorzie je ineens de illusie weer. 
Dan ontstijgt er een diepe zucht uit je lijf, die uit je tenen lijkt te komen. En schouderophalend loop je naar de keuken om de vaatwasser in en dan weer uit te ruimen. 
Je weet inmiddels dat de diepe dalen erbij horen, dat het kleine ankerpunten zijn in de peilloze diepte van de oceaan. Dat alles altijd weer verder gaat, ongeacht de voorwaarden die je zelf stelt aan het leven. Piekeren over het hoe en waarom is zelden vruchtbaar gebleken, en inzien, echt zien vanuit je diepste weten, dat je vanuit dit dal reeds op weg bent naar de volgende top, geeft onmiddellijk ruimte. In die ruimte mag alles er zijn. Daar doe je de vieze vaat in de vaatwasser, je dweilt het aanrecht, en gooit de uitgedroogde theezakjes in de afvalbak. Een nieuwe pot thee is inmiddels al weer gezet. En eigenlijk is er niets gebeurd en heb jij niets gedaan. Het is stil, stil en leeg. Leeg en toch vol van het leven dat stroomt, en stroomt door je aderen, je longen en je hart, en je mond uit de keuken in, en verder, en verder, verder. Alles stroomt, steeds maar stromend stromen. 
Al die weerstand. Dammen bouwen heeft geen zin. De stroming zelf laat zich niet indammen. Bloed kruipt waar het niet gaan kan.