vrijdag 19 september 2014

Sirene

Als een sirene op open zee, lonkend naar een naderend schip, verblijft zij altijd wachtend en hopend. Want met de tijd zal hij komen. Zal hij zeker komen. Haar haren van touw snijdend in de wind, en haar handen vol blaren, waarin zij vasthoudt de laatste strohalm. Mist, donder, nacht en ontij hebben hun uitwerking gehad op huid en botten, maar binnenin schijnt het licht onveranderd door.
Wat zij ziet is nog ongezien, wat zij weet onverklaard, en wat zij hoopt nog onbestemd.


(Meer kwam er niet...)

donderdag 18 september 2014

Vreemde eend in de bijt


vrijdag 12 september 2014

The Beatles - The Long And Winding Road

Weer zo'n liedje dat ongevraagd op mijn binnen- radio wordt afgespeeld. Een prachtig liedje hoor, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik meer houd van The Rolling Stones. Ondanks dat ik zeer warme herinneringen koester aan een concert van Sir Paul, luister ik liever niet meer naar The Beatles. Maar vreemd genoeg kan Paul MC Cartney zelf geen genoeg krijgen van mij. Als ik bijvoorbeeld in alle onschuld boodschappen sta te doen in mijn supermarkt, komt hij zomaar ongevraagd langs. En doet daarbij meteen een beroep op het hele palet aan sentimentele gevoelens die in mij geborgen zijn. Niet toevallig een keer, maar echt keer op keer, en dit al jaren lang. Natuurlijk heb ik geprobeerd hieraan te ontsnappen door zo nu en dan een andere supermarkt aan te doen; maar helaas het mocht niet baten. Ook ander liedjes refereren soms met gemak aan de hartverwarmende liedjes van The Beatles. 'Oh, nee, daar gaan we weer' denk ik dan. Is het dan nooit stil? Goed in supermarkten kan ik me er tegenwoordig goed tegen wapenen, misschien had ik het verschijnsel al geaccepteerd als de naweeën van een verloren tijd. Maar nu breekt Paul ook thuis al in mijn privé wereld in!
Ja, bedankt! Het punt is aangekomen en begrepen. Zucht....houdt het dan nooit op?

donderdag 11 september 2014

Bokkenpootjes bij de thee

De houder van het wereldrecord zuchten zat eens op een krukje voor zijn huis, toen zijn buurvrouw, houder van het wereldrecord mopperen, hem verraste met een bezoekje.
'Gatverdamme, het is ook geen weer vandaag  hè!' riep zij al uit nog voordat hij de kans had gekregen haar te begroeten. Zuchtend stond hij op en stond zijn plekje af aan de ietwat dikke vrouw die zonder dankwoord neerplofte. 'En zo langzamerhand begint mijn jicht ook weer op te spelen' mopperde de vrouw onverstoorbaar verder. Zuchtend liep de tengere man naar binnen om een ketel met water op het vuur te zetten. Het mopperende gekakel ging vervolgens vloeiend verder, slechts hier en daar onderbroken door een diep en moeizaam gezucht uit de keuken. De tengere man met een huid zo dun als vloeipapier, schonk thee in de kopjes, legde twee bokkenpootjes op een schoteltje en liep met hangende schouders naar buiten. Zuchtend gaf hij de dikke vrouw met een huid zo vet als boter een kopje thee en bood haar een bokkenpootje aan. Terwijl haar kaken flink maalden, en haar lippen smakte en de kruimels hier en daar haar mondhoeken uit glipten, mopperde zij: Gatver, die koekjes zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. De man wilde net een hap nemen, maar legde met een getergde zucht het koekje terug op het schoteltje. Met een beproefde gelatenheid ging hij vervolgens zitten op het opstapje voor zijn voordeur.
En zo zaten zij een tijdje. De vrouw praatte, de man zweeg, de thee werd gedronken, en er werd gemopperd over niets en gezucht om alles.
'Bedankt voor de thee, buurman'  zei de vrouw plotseling en hees zichzelf van het krukje.
'Ook zo' mompelde de man. Zuchtend pakte hij de kopjes op en bracht ze naar de keuken.
Maar het koekje liet hij liggen, op het schoteltje, op het tuinpad in zijn voortuin. Ik geloof dat er een grote meeuw kwam die hem in zijn bek nam en er mee wegvloog.
Met een haast weemoedige zucht waste de man de kopjes af.
Innig tevreden was hij. Dat dan weer wel.

woensdag 10 september 2014

Aan de wilgen

Het ombuigen van belemmerende overtuigingen vraagt veel moed. Op de eerste plaats moet je namelijk in durven zien dat je vast zit aan een idee die zich schematisch heeft geïnfiltreerd in je denken. Is je fantasie, je idee of droomovertuiging namelijk eenmaal flink geïmpregneerd in je hoofd, kom je er maar moeizaam los van. Ik heb tenminste nog steeds last van bepaalde oude overtuigingen die zich voorstellen als waarheden. En sluw dat ze zijn! Oh, steeds trap ik er weer in. Dan is er een stemmetje in mij die zich presenteert als helder weten, die mij wijst op het bestaan van een vagelijk gevoel of vermoeden dat het ergens niet klopt, of juist wel klopt. Om de hersenspinsels bij te staan duiken er vervolgens ook allerlei aanwijzingen op die het onderbuikgevoel nog meer voeden. Zo zie ik soms in de meest onschuldige toevalligheden tekenen van hoger hand.
Even voor de duidelijkheid: volgens mij beschik ik verder over een gezonde geest, doch heb ik gewoon last van mijn mens- zijn. Het besef dat ik last heb van mijn mens-zijn, maakt wel altijd weer ruimte voor een heldere blik. En dan kan ik inzien, vanuit het directe inzicht dat los van de details waaruit mijn hersenspinsels bestaan, er eigenlijk niets anders aan de hand is dan een gedachte constructie die opkomt, én een Marloes systeem die daar wat van vindt of bij voelt. Ja, dan kan ik er wel weer even boven staan. Maar het vraagt wel om een onthechte houding.
Jammer hoor, van al die mooie dromen, wensen en verlangens. Ik zal ze maar aan de wilgen hangen.
Dag niet geleefde leven, onuitgesproken woorden, onbestemd geluk, verloren relaties en zoekgeraakte vriendschap!
Dag ware liefde, betere tijden, pure hartstocht en groots genot!
Dag kronkels in mijn hoofd!
Dag hoofd!
Dag, dag!

dinsdag 9 september 2014

Mevrouw proper

Boodschappen doen is leuk. Echt, ik bewonder de mensen die nieuwe producten en nieuwe smaken uitvinden. Zo stond ik gisteren voor het schap van de schoonmaakmiddelen en ik kon mijn lol niet op. Aanvankelijk kwam ik alleen maar voor een fles schoonmaakazijn en een zak soda, maar na een grondige inspectie van het assortiment kwam ik tot de conclusie dat schoonmaken echt veel leuker en gezelliger kan. Neem nou allesreiniger met essentiële oliën én jasmijn! Man, daar kan ik ter plekke kriebels van in mijn buik krijgen. De omschrijvingen op de flessen worden steeds poëtischer en de geuren en kleuren steeds aanlokkelijker. Gierend van het lachen stond ik met flessen vol schoonmaakmiddelen in mijn armen. Allemaal wilde ik ze uitproberen, de geuren op me in laten werken en het huis van onder tot boven schoon schrobben. Een fles schoonmaakmiddel verwordt zo  een consumptieartikel met een hoge omloop. Nee, mijn eigen zure en zuinige fles schoonmaakazijn, daar komt geen einde aan. En voor de fles vloeibare groene zeep kan ik ook geen warme gevoelens opbrengen. Maar met een keukenkast vol met nieuwe flessen, stuk voor stuk briljant vormgegeven, die beloven je huis met alle gemak, zonder strepen, met neus strelende geuren, hygiënisch én vetvrij schoon te maken, wordt poetsen mijn lievelingsactiviteit. Vast en zeker!
Ja, ik kan er de humor van inzien. Maar meer nog verbaas ik me erover. Dit wilde ik delen met een paar voetbalmoeders langs de lijn. Zij werden ook onmiddellijk enthousiast van mijn kleine verslag van de supermarkt. Vervolgens kreeg ik een opsomming van hun lievelingsmerken, en hoe vaak ze schoonmaken, inclusief schoonmaaktips. Ik geloof dat mijn ironische ondertoon hen enigszins ontging.


maandag 8 september 2014

Meneer de directeur

Boven op je berg van onberispelijkheid,
wat zal het daar comfortabel zijn.
Wat zal deze bevochten top een mijlpaal zijn.
Met je hoofd in de wolken kun je vrij zijn.
Maar een vrijheid die je moet verdedigen,
een strijd tegen wil en dank.
Goed, je hebt jezelf op de kaart gezet,
maar in de verte komen de lijkenpikkers al weer aan.
Maar blauw is de kleur van jouw onschuld.
Zacht zijn de lijnen in je hand.
Onwrikbaar is het geweten dat je stilaan op je schouders nam.
En zwart straks de letters van jouw naam in de krant.

Ik kom eraan

Het laatste woord valt als een slotakkoord. Gewogen met een precisie die treffend is voor jouw manier van spreken. Alle woorden, vooral de kille klanken van jouw stem, klinken nu nog na in de kale ruimte die eens ons beide toebehoorde. Maar de wanden zwijgen nu een zwijgen die haast troostend is. En bijna onmerkbaar schijnt het licht door de ramen zoals het nog nooit heeft geschenen. Je laat de deur op een kier als je weggaat, maar deze slaat na een kort moment vol twijfel alsnog dicht. De wind die door de kamer waait trekt langs mijn wangen, en een zucht gevuld met een weemoedig verlangen waarvan zelfs de vloer even lijkt op te veren, ontsnapt ongewild uit mijn keel. Troosteloos valt de schemer in, en gehurkt met mijn handen voor mijn ogen zit ik minutenlang in de hoek, mijn hoek, mijn tranen hebben vrij spel, en via mijn handen komen ze tenslotte op de grond terecht.
Het is al laat als ik mijn jas aantrek en dan voor de laatste keer de sleutel in het slot steek.  Geen spijt, geen twijfel en geen berouw. Ik recht mijn schouders en kijk nog eenmaal gedachteloos door het raampje in de deur naar binnen. De schaduwen in de gang lijken nu al hun eigen spel te spelen.
Het is voorbij, het is voorbij!
Weer schieten de tranen in mijn ogen. Vanuit mijn jaszak hoor ik het belsignaal van mijn mobiel afgaan. Vlug druk ik de oproep weg. Nog even niet. Nu nog niet.
Maar dan bedenk ik me en snel typ ik wat woorden in op het scherm.
Ik ben klaar.
Ik kom eraan.

vrijdag 5 september 2014

Daar mag op gedronken worden

De dorst om van het leven te drinken, is als ik net ben ontwaakt in de morgen het grootst. Maar zodra de dag alweer enige tijd is aangevangen neemt dit veelal af. Omdat ik me dan gemakkelijk laat meeslepen in de waan van de dag. Meer nog de waan die ik zelf meen te zien. De zogenaamde beren op de weg. Maar er zijn helemaal geen beren, en stel dat ze er waren, dan zou ik er met alle gemak omheen kunnen lopen, of ze verleiden tot het maken van een dansje.
Het leven is er om van te proeven. Jammer dat ik soms in alles zo'n bittere smaak proef. Dan het is het goed om nog beter te proeven, met de ogen en oren gesloten. Dan doordringen tot het kleinste deeltje waarin het zoete altijd zit. En dan hoeft bitter niet meer zo'n vervelende nasmaak te hebben.
Mijn grootste valkuil is het vechten tegen mijn eigen aard. Nu ik meer en beter begrijp wie ik ongedwongen ben, durf ik weer uit mijn eigen schaduw te stappen. Het kijken naar mezelf maakt me ontvankelijker voor het leven. Wie ben ik om te twijfelen aan de aard van de dingen? De aard van mijn leven. Het idee dat ik moet ingrijpen in zoiets als de loop van de rivier. De aarde draait, dat is een constante factor, niemand die het in zijn hoofd haalt daar enige invloed op uit te oefenen. Dat kun je ook niet. Waarom zou je het ook willen. De aarde draait en wij draaien mee. Alles werkt op elkaar in, een kunstig mechanisme van aantrekken en afstoten. En ik verkeerde altijd in de ziekmakende veronderstelling dat ik beter sneller, of juist beter langzamer zou moeten draaien. Om mijn eigen as draaien, en draaien, en draaien. Maar hoe snel of hoe langzaam maakt niet uit. Draaien is draaien. In de kern blijft het rustig en kalm, en wordt er, vanzelf, geen millimeter afgelegd.
Het is tijd om me los te maken van vergetelheid. Voorgoed. Maar niet voor beter of voor meer. Nee, gewoon voor goed. Voor een permanente houding van schouders ophalen. En echt zien, vanuit de stille getuige, dat het goed ís. En daar mag in het kader van de dorst best op gedronken worden.

donderdag 4 september 2014

Liever nog een wals

Ach, mal minnenmens, welk een ongelukkig lot is jou toch geenszins bespaard gebleven: deze tango in je eentje te moeten dansen. Met je onophoudelijke geflirt, je kruiperige gedraai en je vechten tegen de bierkaai valt deze dans niet te ontspringen. De maan is altijd vol, ja de maan ís altijd vol, maar door je eigen sluier van onwetendheid wordt het zicht je volledig ontnomen. Je blijft maar volharden in het pogen vlinders te vangen in de nacht. De nacht met al zijn beklemmingen die nog steeds jouw voorkeur heeft boven de dag. Maar gooi dat boetekleed toch eens van je af. En als je dansen moet, dans dan solo, maar geen tango. Toch geen tango!

Ach, mal minnenmens, hoe kun je vrij zijn als je je overgeeft aan dromen en blijft hopen op het bereiken van het beloofde land. Achter bergen kun jij je verschuilen, en het zal daar vast heel aangenaam zijn, maar eens moet je verder omdat je altijd weer verder moet. Het vermaarde weten houdt je in de ban, maar het echte weten laat zich niet kennen en houdt zich verborgen, stil en sterk daar waar je nooit zoeken zal.
Dus geef het op en laat het gaan. Berust in je dans, en laat je eigen hartslag het ritme bepalen. Misschien dan toch een wals, misschien liever dan nog een wals.

Mijn laatste dag

Wat zou ik doen als vandaag de laatste dag van mijn leven zou zijn?
Ik zou wakker worden en mijn ramen openen, de morgenlucht, ijl van een nieuwe dag en vol van verlangen, in mijn longen zuigen en de wind voelen op mijn wangen, en mijn lippen tuiten voor een kus, me laten omhelzen door het gegons van de geluiden van straten, het verkeer, de bloemen en de bijen. Dronken van geluk voor deze nieuwe dag zou ik met mijn blote voeten op het nog natte gras dansen, zwieren en zwaaien met de lucht als mijn getuige.
De fluitketel zou fluiten en ik zou gierend van het lachen hoog en vals mee gillen, galmend door het huis de schoorsteen uit. Het koffiefilter koninklijk behandelen en het water opschenken met flair en zeer elegant, met mijn handen licht en mijn ogen zacht. Van de koffie zou ik proeven alsof het voor het eerst gedronken wordt, en uit mijn mooiste servies. En dan zou ik gaan wandelen door de straten, door de polder, langs de weilanden het duinpad op. En ik zou iedereen die ik onderweg tegenkwam hartelijk begroeten en uitnodigen op mijn weg. In een bonte stoet, opgewekt en eensgezind zouden we al zingend mijn einde tegemoet gaan. Tranen met tuiten zou ik huilen om de schoonheid van alle mensen, om de geur van het  land, om de struiken, de vogels, om al die namen en al die kleuren. Ik zou me geen blad meer voor de mond nemen en aan iedereen mijn liefde verklaren. Dan aangekomen aan de rand van de zee, en aan het einde van de wereld, tussen alle reizigers die mij vergezellen zou ik eindelijk de min zijn die ik altijd al wilde zijn. Maar niettemin ook de nar, ja ook de nar. En ik zou zo de zee in lopen en de golven zouden me omhullen, en me koesteren en me dragen naar het begin van een nieuwe dag.

woensdag 3 september 2014

Open armen

Het mooiste wat je kunt geven aan de wereld is jezelf. Maar dan ook onvoorwaardelijk jezelf, en ieder moment, ín ieder moment. Ongeacht waar je bent of wat je doet. Deze kunst te verstaan vraagt nogal wat van jezelf. Alles insluiten, echt alles insluiten vraagt om een alertheid, om een handelen op het scherpst van de snede. Maar het is geen handelen van echt doen, het zijn meer de armen van een moeder die haar kind troost biedt. Het is als varen op open zee, op volle kracht vooruit, zien waar je naar toe gaat zonder dat je weet wat er voor je ligt. Als de storm komt, dan komt de storm maar hoe hard de wind ook waait, jij blijft steeds het middelpunt van de tocht, de oase in de woestijn, het onontgonnen land. Jij bent de wind, de wind dat ben jij, maar meer nog de beweging en niet dat wat wordt bewogen. Een briesje ín de storm. Een stipje op een levensgroot schilderij, een korrel meel in het brood. Maar ook het brood en het schilderij, dat ben jij.
En nu de spreeuwen zich weer voorbereiden op hun trek kun je voelen hoe het leven wordt geleefd. Geen spreeuw die zich onttrekt aan de tocht. Als het tijd is om op weg te gaan, dan slaan ze hun vleugels uit. Zonder dat er ook maar iets wordt besloten.
Ze vliegen mee, op de wind, in de spreeuwengolf. En ieder vliegt precies waar hij vliegen moet, als een organisch geheel. Dan ben je als spreeuw geen spreeuw meer maar een spreeuwengolf. Op doortrek en altijd onderweg, zonder ooit ergens aan te komen.
Als je zo kunt zijn; een zacht briesje, een streling van de wind, een zucht vol liefde, en open armen, armen open, altijd open...

dinsdag 2 september 2014

Geen tijd over

Voor een serieus leven heb ik ook helemaal geen tijd. Nee, gewoonweg geen tijd, ziet u. Stapels boeken moet ik nog lezen, en als die uit zijn dan komen er onherroepelijk weer nieuwe stapels bij. En ik moet wandelen, de benen willen lopen omdat het lijf ervoor gemaakt is nu eenmaal, lopen door de bossen, de polders en door weidevelden. De zon zien onderdaan, en ook weer zien opgaan, de sterren bestuderen in de nacht, een slak zijn gang van dichtbij bekijken, alle meesjes uit de buurt begroeten op een zomers dag, de bladeren van een boom zien vallen, heel veel rode wijn drinken, dansen van geluk, stoppen middenin een zin en tranen met tuiten huilen.
Al het andere komt later wel. En anders maar niet.
Bovendien is er ook nog eens het moederschap. En daar maak ik ook graag ruimte voor. Om te zien hoe ze groeien en zich ontwikkelen. Om dat van dichtbij mee te maken. Echt van dichtbij. Ik wil ze zien met mijn eigen ogen, ze aanraken, een duwtje geven als dat nodig blijkt te zijn en ze opvangen in mijn armen als ze even gestrand zijn. Maar meer nog om de verwondering voor het leven, het grote mysterie te aanschouwen door hun ogen. En knuffelen, heel veel knuffelen.
Poeh, wat een druk leven heb ik toch!

Een verstandig mens

Een verstandig mens ben ik. Omdat ik zo'n verstandig mens ben maak ik ook verstandige keuzes. Vooral de beslissing om wat van mijn leven te maken, en net zoals de rest van de wereld gewoon mee te doen met, ja met wat dan eigenlijk, is een hele verstandige keuze. Ja, ik mag mezelf op de schouders kloppen omdat ik zo goed bezig ben.
En ik moet eerlijk bekennen: het is best wel een lekker gevoel om mee te doen met de rest. Om de krant te lezen, het nieuws te kijken, een normale baan te hebben, een interessante studie te volgen, hele leuke kinderen te hebben, en een ontzettend fijn sociaal leven. Dat ik er weer bij hoor en er mag zijn, levert me ontzettend veel levensvreugde op.
Goed, eerlijk is eerlijk, een normale baan heb ik nog niet. Nog niet, nog niet! Dat gaat helemaal goed komen. Dat hoort nu eenmaal bij een normaal leven.

Stomme liedjes.
Ja, stomme liedjes, je hoort het goed.
Als plaaggeesten poppen ze omhoog.
Ze maken me aan het lachen, laten mijn mond hardop zingen, en mijn heupen wiegen. Oh, zin krijg ik ervan. Zin in het leven! Ik heb geen tijd mensen! Geen tijd om normaal te doen. Het kan niet, ik moet nog heel veel liedjes schrijven. Voor mezelf, voor de muren, voor de spiegel, voor de wolken in de lucht, de zee en het strand. Allemaal willen ze mijn liedjes horen, ze willen ervan proeven en tot zich nemen. Daar hoor ik te zijn: midden in het leven! Maf mens, maf mens...

Een verstandig mens zijn, daar is niks mis mee. Ach, mag ik dat alsjeblieft op mijn eigen manier zijn? Kan ik er niet stiekem even tussendoor glippen, mijn kansen afwachten, als een kat die zijn prooi besluipt, en dan BAM HIER BEN IK roepen. Gewoon omdat dat veel leuker is. Ik voel het gras onder mijn voeten al tintelen, de grond schudden en de wind waaien van geluk. Machtig mooi man!
Maar de studieboeken liggen keurig op een stapel voor me. Ze kijken me wat zuinigjes aan. Ach, weet je wat: ik zal ze eens naar buiten laten.

Een leven in de wacht

Klop, klop...
'Wie is daar?'
'Het leven!'
'Oh, wacht even.'
'Waarop man?'
'Ja, ik heb het een beetje druk momenteel. Kun je volgende week terugkomen?'
'Doe open man!'
'Nou, liever niet. Het komt even niet zo goed uit. Druk met willen, hopen, wachten, forceren en proberen. Maar ik ben er bijna, dus ik stuur je wel een berichtje als het zover is.'

Altijd dat streven naar meer en beter. Een beter leven waarop moet worden gewacht. Iets dat er nu nog niet is, maar hoogstwaarschijnlijk nog in het verschiet ligt. Dat moet wel, want nu klopt het plaatje nog niet. Hoopvol gestemd laat je toch onbewust de dagen aan je voorbij glippen. Omdat je alles altijd al vooraf hebt ingevuld, zie je over het hoofd wat toch zo voor de hand ligt. Dat wat er al is en altijd al was, zo simpel en zo klein. Maar nee, een groots leven wil je leiden. Een naam wil je hebben, jouw leven moet een perfecte weerspiegeling zijn van wie jij bent. Wie je denkt dat je bent. Tot in de puntjes moet het kloppen, en tot die tijd zet je je leven in de wacht. Je wacht op betere tijden, verrassende wendingen, unieke kansen, een nieuwe liefde, een leuke baan, een mooier huis en op groener gras. En terwijl je wacht blijft alles nog hetzelfde. Het is alsof je het leven hebt toevertrouwd dat eens het geluk aan jouw zijde zal zijn. Maar nog niet vandaag, nooit vandaag en zeker niet nu. Dus je wacht, en je wacht, en je wacht een leven lang.
Een leven in de wacht, in de coulissen van je bestaan. 




maandag 1 september 2014

Hoog voltage

Al die weerstand. En dan weerstand tegen de weerstand. Twijfel over dit en over dat. Dan twijfelen over de twijfel. Tot het punt van niet meer weten. En dat is pas echt uitzichtloos. Op het eerste gezicht. Maar daar helemaal in onder gaan, tot je radeloos wordt van jezelf en verstijft van angst voor het onbekende, en dan op het randje van waanzin aangekomen doorzie je ineens de illusie weer. 
Dan ontstijgt er een diepe zucht uit je lijf, die uit je tenen lijkt te komen. En schouderophalend loop je naar de keuken om de vaatwasser in en dan weer uit te ruimen. 
Je weet inmiddels dat de diepe dalen erbij horen, dat het kleine ankerpunten zijn in de peilloze diepte van de oceaan. Dat alles altijd weer verder gaat, ongeacht de voorwaarden die je zelf stelt aan het leven. Piekeren over het hoe en waarom is zelden vruchtbaar gebleken, en inzien, echt zien vanuit je diepste weten, dat je vanuit dit dal reeds op weg bent naar de volgende top, geeft onmiddellijk ruimte. In die ruimte mag alles er zijn. Daar doe je de vieze vaat in de vaatwasser, je dweilt het aanrecht, en gooit de uitgedroogde theezakjes in de afvalbak. Een nieuwe pot thee is inmiddels al weer gezet. En eigenlijk is er niets gebeurd en heb jij niets gedaan. Het is stil, stil en leeg. Leeg en toch vol van het leven dat stroomt, en stroomt door je aderen, je longen en je hart, en je mond uit de keuken in, en verder, en verder, verder. Alles stroomt, steeds maar stromend stromen. 
Al die weerstand. Dammen bouwen heeft geen zin. De stroming zelf laat zich niet indammen. Bloed kruipt waar het niet gaan kan.