dinsdag 29 juli 2014

Zin, onzin of kwestie van schouders ophalen?

Zou het met de liefde zo kunnen zijn dat juist die onmogelijkheid tot werkelijke intimiteit maakt dat je maar blijft hunkeren naar een volmaakte staat van eenheid, waarvan je intuïtief al wist dat deze nooit zal plaatsvinden. De liefde is slechts een droom, en daar dan een slap aftreksel van. Telkens wanneer je denkt haar te kennen, kom je tot de conclusie dat je een schaduw van jezelf beminde. Je hebt datgene lief, dat raakt aan iets in jezelf. En het is per definitie een toestand van zijn die puur persoonlijk is. Het brengt iets in jezelf in beweging. Hoe kun je dan zo stom zijn om altijd maar weer iets buiten jezelf verantwoordelijk te maken voor jouw gevoelens van liefde, lust en onlust.
Hoe kun je claimen iemand innig lief te hebben, zelfs na jaren van afzondering en zonder tegenbericht? Hoe kan zo'n liefde voortbestaan? Het zijn misschien wel je eigen denkbeelden, ooit in gang gebracht, en die als een pendule blijven bewegen om hun eigen kern. De worsteling om je eigen wanen te verslaan, om zelfs je dwepend hart in bedwang te houden en je fantasieën in te perken, kost meer moeite dan de liefde toe te laten in al haar geuren en kleuren. Ja, misschien zal zij dan pas verdwijnen, of uitdoven als een kaars in de nacht.
 Waarschijnlijk is de grootste stommiteit die van de schrijver die zich vereenzelvigt met dat wat geschreven wordt. Letters vormen woorden, woorden vormen zinnen, maar er is iemand voor nodig om er betekenis aan te geven. Van zichzelf zijn het reeksen van symbolen, zwarte inkt op een witte achtergrond. En zonder die achtergrond tekent zich niets af.
Om terug te komen op de liefde; slechts het niet weten blijft bestaan. Of alleen dat wat is blijft over. Hoe spijtig dat ook mag zijn. Daar haalt de liefde haar schouders bij op.