donderdag 24 april 2014

Trouwe bank

Dinsdagavond heeft een enorme drang mij naar een speciaal plekje in Bergen doen fietsen. Daar ging een innerlijk gevecht aan vooraf, omdat ik sinds lange tijd het prachtige dorp Bergen mijd als de pest. Er is niks mis met die plek aan de andere kant van het kanaal, vanaf mijn leefomgeving bekeken, maar liever ga ik er met een grote boog omheen. Dat is gewoon beter; ik strooi liever geen zout meer in open wonden. Mijn eigen wonden dan. En ach, dat zal wel een keer veranderen.
Maar goed. Ik sprong op de fiets en reed rechtstreeks naar de plek waar ik als twintiger graag heen fietste. Vaak ook gedreven door een soortgelijke drang. Een zoeken naar antwoorden, of mezelf. Een verlangen naar een innerlijke rust. Of meer simpel; de zin om naar buiten te gaan. En dan streek ik vaak neer op dat plekje; een bankje onder een boom aan de rand van een weiland. Niet belangrijk om letterlijk uit te wijden waar dat is. Gewoon een fijn plekje om even te stoppen en gewoon te zitten met jezelf. Om een banaan te eten en een flesje water te drinken.

Ik vroeg me tijdens het fietsen al af waarom ik nou juist daarheen wilde fietsen. Dus liet ik mij er nieuwsgierig heenvoeren door mijn drang, mijn verlangens en mijn hartstochtelijke zoektocht naar 'iets'. Natuurlijk gaat het om 'iets' in mezelf. Maar wat dan? Een puzzelstukje op z'n plaats leggen.
Begrijp me niet verkeerd; alles is juist altijd precies goed zoals het is, maar het leven dat door mij heen stroomt wil gekend worden op een manier die mij meestal onbekend is. Het is toch een groot mysterie, nietwaar?

Dus ik ging daar zitten op dat bankje en bedacht me dat er eigenlijk niets veranderd was. Voornamelijk in mezelf. Dat trof me nog het meeste. Na achttien jaar zoeken naar mezelf, of de zin van mijn leven, plof ik weer neer op hetzelfde bankje. Met precies dezelfde levensvragen, en de kriebel om de deur uit te gaan, om op mijn fiets door het landschap te rijden en mezelf juist even te vergeten. Terwijl ik haastig mijn huis verlaat om 'iets' waarvan ik geen weet heb te kunnen vinden. Dat 'iets', een teken wellicht, waardoor mijn leven een radicale wending zou kunnen nemen. Misschien een 'iemand'. Een bijzondere ontmoeting.
Ja, ik schrijf dit eerlijk en open op zoals ik dit op dat moment op de fiets weer voor me zag liggen. Alle bijzondere en grote inzichten die tot mij zijn gekomen ten spijt. Ik dacht dat die goed wortel hadden geschoten, ik dacht dat de Grote Onrust was vertrokken en plaats had gemaakt voor diepe vrede.
Zittend op dat bankje, met de zon op mijn huid, gebeurde er natuurlijk helemaal niets. Gewoon stilte. Leegte. Verderop twee kraaien op een hek. In de verte een tractor, wat fietsers, koeien, gras, veel groen, kabbelend water. Geen inzichten. Alleen maar zitten.
Fijn! Tja, had ik thuis ook kunnen doen. Even stoppen met mezelf serieus nemen. Het ging niet om de fietstocht! Die was bijzaak. De bestemming ook. Wat maakt Bergen eigenlijk ook uit? Wie kan het ook maar iets schelen? Even pas op de plaats maken.
Er komt niets. Daar hoef je niet naar te gaan zoeken. Die stilte van zo'n fijn bankje aan de rand van een weiland, die is er altijd al. En ja, die was er achttien jaar geleden ook al.
En dat bankje vond het prima!
Nog steeds.