vrijdag 19 september 2014

Sirene

Als een sirene op open zee, lonkend naar een naderend schip, verblijft zij altijd wachtend en hopend. Want met de tijd zal hij komen. Zal hij zeker komen. Haar haren van touw snijdend in de wind, en haar handen vol blaren, waarin zij vasthoudt de laatste strohalm. Mist, donder, nacht en ontij hebben hun uitwerking gehad op huid en botten, maar binnenin schijnt het licht onveranderd door.
Wat zij ziet is nog ongezien, wat zij weet onverklaard, en wat zij hoopt nog onbestemd.


(Meer kwam er niet...)

donderdag 18 september 2014

Vreemde eend in de bijt


vrijdag 12 september 2014

The Beatles - The Long And Winding Road

Weer zo'n liedje dat ongevraagd op mijn binnen- radio wordt afgespeeld. Een prachtig liedje hoor, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik meer houd van The Rolling Stones. Ondanks dat ik zeer warme herinneringen koester aan een concert van Sir Paul, luister ik liever niet meer naar The Beatles. Maar vreemd genoeg kan Paul MC Cartney zelf geen genoeg krijgen van mij. Als ik bijvoorbeeld in alle onschuld boodschappen sta te doen in mijn supermarkt, komt hij zomaar ongevraagd langs. En doet daarbij meteen een beroep op het hele palet aan sentimentele gevoelens die in mij geborgen zijn. Niet toevallig een keer, maar echt keer op keer, en dit al jaren lang. Natuurlijk heb ik geprobeerd hieraan te ontsnappen door zo nu en dan een andere supermarkt aan te doen; maar helaas het mocht niet baten. Ook ander liedjes refereren soms met gemak aan de hartverwarmende liedjes van The Beatles. 'Oh, nee, daar gaan we weer' denk ik dan. Is het dan nooit stil? Goed in supermarkten kan ik me er tegenwoordig goed tegen wapenen, misschien had ik het verschijnsel al geaccepteerd als de naweeën van een verloren tijd. Maar nu breekt Paul ook thuis al in mijn privé wereld in!
Ja, bedankt! Het punt is aangekomen en begrepen. Zucht....houdt het dan nooit op?

donderdag 11 september 2014

Bokkenpootjes bij de thee

De houder van het wereldrecord zuchten zat eens op een krukje voor zijn huis, toen zijn buurvrouw, houder van het wereldrecord mopperen, hem verraste met een bezoekje.
'Gatverdamme, het is ook geen weer vandaag  hè!' riep zij al uit nog voordat hij de kans had gekregen haar te begroeten. Zuchtend stond hij op en stond zijn plekje af aan de ietwat dikke vrouw die zonder dankwoord neerplofte. 'En zo langzamerhand begint mijn jicht ook weer op te spelen' mopperde de vrouw onverstoorbaar verder. Zuchtend liep de tengere man naar binnen om een ketel met water op het vuur te zetten. Het mopperende gekakel ging vervolgens vloeiend verder, slechts hier en daar onderbroken door een diep en moeizaam gezucht uit de keuken. De tengere man met een huid zo dun als vloeipapier, schonk thee in de kopjes, legde twee bokkenpootjes op een schoteltje en liep met hangende schouders naar buiten. Zuchtend gaf hij de dikke vrouw met een huid zo vet als boter een kopje thee en bood haar een bokkenpootje aan. Terwijl haar kaken flink maalden, en haar lippen smakte en de kruimels hier en daar haar mondhoeken uit glipten, mopperde zij: Gatver, die koekjes zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. De man wilde net een hap nemen, maar legde met een getergde zucht het koekje terug op het schoteltje. Met een beproefde gelatenheid ging hij vervolgens zitten op het opstapje voor zijn voordeur.
En zo zaten zij een tijdje. De vrouw praatte, de man zweeg, de thee werd gedronken, en er werd gemopperd over niets en gezucht om alles.
'Bedankt voor de thee, buurman'  zei de vrouw plotseling en hees zichzelf van het krukje.
'Ook zo' mompelde de man. Zuchtend pakte hij de kopjes op en bracht ze naar de keuken.
Maar het koekje liet hij liggen, op het schoteltje, op het tuinpad in zijn voortuin. Ik geloof dat er een grote meeuw kwam die hem in zijn bek nam en er mee wegvloog.
Met een haast weemoedige zucht waste de man de kopjes af.
Innig tevreden was hij. Dat dan weer wel.

woensdag 10 september 2014

Aan de wilgen

Het ombuigen van belemmerende overtuigingen vraagt veel moed. Op de eerste plaats moet je namelijk in durven zien dat je vast zit aan een idee die zich schematisch heeft geïnfiltreerd in je denken. Is je fantasie, je idee of droomovertuiging namelijk eenmaal flink geïmpregneerd in je hoofd, kom je er maar moeizaam los van. Ik heb tenminste nog steeds last van bepaalde oude overtuigingen die zich voorstellen als waarheden. En sluw dat ze zijn! Oh, steeds trap ik er weer in. Dan is er een stemmetje in mij die zich presenteert als helder weten, die mij wijst op het bestaan van een vagelijk gevoel of vermoeden dat het ergens niet klopt, of juist wel klopt. Om de hersenspinsels bij te staan duiken er vervolgens ook allerlei aanwijzingen op die het onderbuikgevoel nog meer voeden. Zo zie ik soms in de meest onschuldige toevalligheden tekenen van hoger hand.
Even voor de duidelijkheid: volgens mij beschik ik verder over een gezonde geest, doch heb ik gewoon last van mijn mens- zijn. Het besef dat ik last heb van mijn mens-zijn, maakt wel altijd weer ruimte voor een heldere blik. En dan kan ik inzien, vanuit het directe inzicht dat los van de details waaruit mijn hersenspinsels bestaan, er eigenlijk niets anders aan de hand is dan een gedachte constructie die opkomt, én een Marloes systeem die daar wat van vindt of bij voelt. Ja, dan kan ik er wel weer even boven staan. Maar het vraagt wel om een onthechte houding.
Jammer hoor, van al die mooie dromen, wensen en verlangens. Ik zal ze maar aan de wilgen hangen.
Dag niet geleefde leven, onuitgesproken woorden, onbestemd geluk, verloren relaties en zoekgeraakte vriendschap!
Dag ware liefde, betere tijden, pure hartstocht en groots genot!
Dag kronkels in mijn hoofd!
Dag hoofd!
Dag, dag!

dinsdag 9 september 2014

Mevrouw proper

Boodschappen doen is leuk. Echt, ik bewonder de mensen die nieuwe producten en nieuwe smaken uitvinden. Zo stond ik gisteren voor het schap van de schoonmaakmiddelen en ik kon mijn lol niet op. Aanvankelijk kwam ik alleen maar voor een fles schoonmaakazijn en een zak soda, maar na een grondige inspectie van het assortiment kwam ik tot de conclusie dat schoonmaken echt veel leuker en gezelliger kan. Neem nou allesreiniger met essentiële oliën én jasmijn! Man, daar kan ik ter plekke kriebels van in mijn buik krijgen. De omschrijvingen op de flessen worden steeds poëtischer en de geuren en kleuren steeds aanlokkelijker. Gierend van het lachen stond ik met flessen vol schoonmaakmiddelen in mijn armen. Allemaal wilde ik ze uitproberen, de geuren op me in laten werken en het huis van onder tot boven schoon schrobben. Een fles schoonmaakmiddel verwordt zo  een consumptieartikel met een hoge omloop. Nee, mijn eigen zure en zuinige fles schoonmaakazijn, daar komt geen einde aan. En voor de fles vloeibare groene zeep kan ik ook geen warme gevoelens opbrengen. Maar met een keukenkast vol met nieuwe flessen, stuk voor stuk briljant vormgegeven, die beloven je huis met alle gemak, zonder strepen, met neus strelende geuren, hygiënisch én vetvrij schoon te maken, wordt poetsen mijn lievelingsactiviteit. Vast en zeker!
Ja, ik kan er de humor van inzien. Maar meer nog verbaas ik me erover. Dit wilde ik delen met een paar voetbalmoeders langs de lijn. Zij werden ook onmiddellijk enthousiast van mijn kleine verslag van de supermarkt. Vervolgens kreeg ik een opsomming van hun lievelingsmerken, en hoe vaak ze schoonmaken, inclusief schoonmaaktips. Ik geloof dat mijn ironische ondertoon hen enigszins ontging.


maandag 8 september 2014

Meneer de directeur

Boven op je berg van onberispelijkheid,
wat zal het daar comfortabel zijn.
Wat zal deze bevochten top een mijlpaal zijn.
Met je hoofd in de wolken kun je vrij zijn.
Maar een vrijheid die je moet verdedigen,
een strijd tegen wil en dank.
Goed, je hebt jezelf op de kaart gezet,
maar in de verte komen de lijkenpikkers al weer aan.
Maar blauw is de kleur van jouw onschuld.
Zacht zijn de lijnen in je hand.
Onwrikbaar is het geweten dat je stilaan op je schouders nam.
En zwart straks de letters van jouw naam in de krant.

Ik kom eraan

Het laatste woord valt als een slotakkoord. Gewogen met een precisie die treffend is voor jouw manier van spreken. Alle woorden, vooral de kille klanken van jouw stem, klinken nu nog na in de kale ruimte die eens ons beide toebehoorde. Maar de wanden zwijgen nu een zwijgen die haast troostend is. En bijna onmerkbaar schijnt het licht door de ramen zoals het nog nooit heeft geschenen. Je laat de deur op een kier als je weggaat, maar deze slaat na een kort moment vol twijfel alsnog dicht. De wind die door de kamer waait trekt langs mijn wangen, en een zucht gevuld met een weemoedig verlangen waarvan zelfs de vloer even lijkt op te veren, ontsnapt ongewild uit mijn keel. Troosteloos valt de schemer in, en gehurkt met mijn handen voor mijn ogen zit ik minutenlang in de hoek, mijn hoek, mijn tranen hebben vrij spel, en via mijn handen komen ze tenslotte op de grond terecht.
Het is al laat als ik mijn jas aantrek en dan voor de laatste keer de sleutel in het slot steek.  Geen spijt, geen twijfel en geen berouw. Ik recht mijn schouders en kijk nog eenmaal gedachteloos door het raampje in de deur naar binnen. De schaduwen in de gang lijken nu al hun eigen spel te spelen.
Het is voorbij, het is voorbij!
Weer schieten de tranen in mijn ogen. Vanuit mijn jaszak hoor ik het belsignaal van mijn mobiel afgaan. Vlug druk ik de oproep weg. Nog even niet. Nu nog niet.
Maar dan bedenk ik me en snel typ ik wat woorden in op het scherm.
Ik ben klaar.
Ik kom eraan.

vrijdag 5 september 2014

Daar mag op gedronken worden

De dorst om van het leven te drinken, is als ik net ben ontwaakt in de morgen het grootst. Maar zodra de dag alweer enige tijd is aangevangen neemt dit veelal af. Omdat ik me dan gemakkelijk laat meeslepen in de waan van de dag. Meer nog de waan die ik zelf meen te zien. De zogenaamde beren op de weg. Maar er zijn helemaal geen beren, en stel dat ze er waren, dan zou ik er met alle gemak omheen kunnen lopen, of ze verleiden tot het maken van een dansje.
Het leven is er om van te proeven. Jammer dat ik soms in alles zo'n bittere smaak proef. Dan het is het goed om nog beter te proeven, met de ogen en oren gesloten. Dan doordringen tot het kleinste deeltje waarin het zoete altijd zit. En dan hoeft bitter niet meer zo'n vervelende nasmaak te hebben.
Mijn grootste valkuil is het vechten tegen mijn eigen aard. Nu ik meer en beter begrijp wie ik ongedwongen ben, durf ik weer uit mijn eigen schaduw te stappen. Het kijken naar mezelf maakt me ontvankelijker voor het leven. Wie ben ik om te twijfelen aan de aard van de dingen? De aard van mijn leven. Het idee dat ik moet ingrijpen in zoiets als de loop van de rivier. De aarde draait, dat is een constante factor, niemand die het in zijn hoofd haalt daar enige invloed op uit te oefenen. Dat kun je ook niet. Waarom zou je het ook willen. De aarde draait en wij draaien mee. Alles werkt op elkaar in, een kunstig mechanisme van aantrekken en afstoten. En ik verkeerde altijd in de ziekmakende veronderstelling dat ik beter sneller, of juist beter langzamer zou moeten draaien. Om mijn eigen as draaien, en draaien, en draaien. Maar hoe snel of hoe langzaam maakt niet uit. Draaien is draaien. In de kern blijft het rustig en kalm, en wordt er, vanzelf, geen millimeter afgelegd.
Het is tijd om me los te maken van vergetelheid. Voorgoed. Maar niet voor beter of voor meer. Nee, gewoon voor goed. Voor een permanente houding van schouders ophalen. En echt zien, vanuit de stille getuige, dat het goed ís. En daar mag in het kader van de dorst best op gedronken worden.

donderdag 4 september 2014

Liever nog een wals

Ach, mal minnenmens, welk een ongelukkig lot is jou toch geenszins bespaard gebleven: deze tango in je eentje te moeten dansen. Met je onophoudelijke geflirt, je kruiperige gedraai en je vechten tegen de bierkaai valt deze dans niet te ontspringen. De maan is altijd vol, ja de maan ís altijd vol, maar door je eigen sluier van onwetendheid wordt het zicht je volledig ontnomen. Je blijft maar volharden in het pogen vlinders te vangen in de nacht. De nacht met al zijn beklemmingen die nog steeds jouw voorkeur heeft boven de dag. Maar gooi dat boetekleed toch eens van je af. En als je dansen moet, dans dan solo, maar geen tango. Toch geen tango!

Ach, mal minnenmens, hoe kun je vrij zijn als je je overgeeft aan dromen en blijft hopen op het bereiken van het beloofde land. Achter bergen kun jij je verschuilen, en het zal daar vast heel aangenaam zijn, maar eens moet je verder omdat je altijd weer verder moet. Het vermaarde weten houdt je in de ban, maar het echte weten laat zich niet kennen en houdt zich verborgen, stil en sterk daar waar je nooit zoeken zal.
Dus geef het op en laat het gaan. Berust in je dans, en laat je eigen hartslag het ritme bepalen. Misschien dan toch een wals, misschien liever dan nog een wals.

Mijn laatste dag

Wat zou ik doen als vandaag de laatste dag van mijn leven zou zijn?
Ik zou wakker worden en mijn ramen openen, de morgenlucht, ijl van een nieuwe dag en vol van verlangen, in mijn longen zuigen en de wind voelen op mijn wangen, en mijn lippen tuiten voor een kus, me laten omhelzen door het gegons van de geluiden van straten, het verkeer, de bloemen en de bijen. Dronken van geluk voor deze nieuwe dag zou ik met mijn blote voeten op het nog natte gras dansen, zwieren en zwaaien met de lucht als mijn getuige.
De fluitketel zou fluiten en ik zou gierend van het lachen hoog en vals mee gillen, galmend door het huis de schoorsteen uit. Het koffiefilter koninklijk behandelen en het water opschenken met flair en zeer elegant, met mijn handen licht en mijn ogen zacht. Van de koffie zou ik proeven alsof het voor het eerst gedronken wordt, en uit mijn mooiste servies. En dan zou ik gaan wandelen door de straten, door de polder, langs de weilanden het duinpad op. En ik zou iedereen die ik onderweg tegenkwam hartelijk begroeten en uitnodigen op mijn weg. In een bonte stoet, opgewekt en eensgezind zouden we al zingend mijn einde tegemoet gaan. Tranen met tuiten zou ik huilen om de schoonheid van alle mensen, om de geur van het  land, om de struiken, de vogels, om al die namen en al die kleuren. Ik zou me geen blad meer voor de mond nemen en aan iedereen mijn liefde verklaren. Dan aangekomen aan de rand van de zee, en aan het einde van de wereld, tussen alle reizigers die mij vergezellen zou ik eindelijk de min zijn die ik altijd al wilde zijn. Maar niettemin ook de nar, ja ook de nar. En ik zou zo de zee in lopen en de golven zouden me omhullen, en me koesteren en me dragen naar het begin van een nieuwe dag.

woensdag 3 september 2014

Open armen

Het mooiste wat je kunt geven aan de wereld is jezelf. Maar dan ook onvoorwaardelijk jezelf, en ieder moment, ín ieder moment. Ongeacht waar je bent of wat je doet. Deze kunst te verstaan vraagt nogal wat van jezelf. Alles insluiten, echt alles insluiten vraagt om een alertheid, om een handelen op het scherpst van de snede. Maar het is geen handelen van echt doen, het zijn meer de armen van een moeder die haar kind troost biedt. Het is als varen op open zee, op volle kracht vooruit, zien waar je naar toe gaat zonder dat je weet wat er voor je ligt. Als de storm komt, dan komt de storm maar hoe hard de wind ook waait, jij blijft steeds het middelpunt van de tocht, de oase in de woestijn, het onontgonnen land. Jij bent de wind, de wind dat ben jij, maar meer nog de beweging en niet dat wat wordt bewogen. Een briesje ín de storm. Een stipje op een levensgroot schilderij, een korrel meel in het brood. Maar ook het brood en het schilderij, dat ben jij.
En nu de spreeuwen zich weer voorbereiden op hun trek kun je voelen hoe het leven wordt geleefd. Geen spreeuw die zich onttrekt aan de tocht. Als het tijd is om op weg te gaan, dan slaan ze hun vleugels uit. Zonder dat er ook maar iets wordt besloten.
Ze vliegen mee, op de wind, in de spreeuwengolf. En ieder vliegt precies waar hij vliegen moet, als een organisch geheel. Dan ben je als spreeuw geen spreeuw meer maar een spreeuwengolf. Op doortrek en altijd onderweg, zonder ooit ergens aan te komen.
Als je zo kunt zijn; een zacht briesje, een streling van de wind, een zucht vol liefde, en open armen, armen open, altijd open...

dinsdag 2 september 2014

Geen tijd over

Voor een serieus leven heb ik ook helemaal geen tijd. Nee, gewoonweg geen tijd, ziet u. Stapels boeken moet ik nog lezen, en als die uit zijn dan komen er onherroepelijk weer nieuwe stapels bij. En ik moet wandelen, de benen willen lopen omdat het lijf ervoor gemaakt is nu eenmaal, lopen door de bossen, de polders en door weidevelden. De zon zien onderdaan, en ook weer zien opgaan, de sterren bestuderen in de nacht, een slak zijn gang van dichtbij bekijken, alle meesjes uit de buurt begroeten op een zomers dag, de bladeren van een boom zien vallen, heel veel rode wijn drinken, dansen van geluk, stoppen middenin een zin en tranen met tuiten huilen.
Al het andere komt later wel. En anders maar niet.
Bovendien is er ook nog eens het moederschap. En daar maak ik ook graag ruimte voor. Om te zien hoe ze groeien en zich ontwikkelen. Om dat van dichtbij mee te maken. Echt van dichtbij. Ik wil ze zien met mijn eigen ogen, ze aanraken, een duwtje geven als dat nodig blijkt te zijn en ze opvangen in mijn armen als ze even gestrand zijn. Maar meer nog om de verwondering voor het leven, het grote mysterie te aanschouwen door hun ogen. En knuffelen, heel veel knuffelen.
Poeh, wat een druk leven heb ik toch!

Een verstandig mens

Een verstandig mens ben ik. Omdat ik zo'n verstandig mens ben maak ik ook verstandige keuzes. Vooral de beslissing om wat van mijn leven te maken, en net zoals de rest van de wereld gewoon mee te doen met, ja met wat dan eigenlijk, is een hele verstandige keuze. Ja, ik mag mezelf op de schouders kloppen omdat ik zo goed bezig ben.
En ik moet eerlijk bekennen: het is best wel een lekker gevoel om mee te doen met de rest. Om de krant te lezen, het nieuws te kijken, een normale baan te hebben, een interessante studie te volgen, hele leuke kinderen te hebben, en een ontzettend fijn sociaal leven. Dat ik er weer bij hoor en er mag zijn, levert me ontzettend veel levensvreugde op.
Goed, eerlijk is eerlijk, een normale baan heb ik nog niet. Nog niet, nog niet! Dat gaat helemaal goed komen. Dat hoort nu eenmaal bij een normaal leven.

Stomme liedjes.
Ja, stomme liedjes, je hoort het goed.
Als plaaggeesten poppen ze omhoog.
Ze maken me aan het lachen, laten mijn mond hardop zingen, en mijn heupen wiegen. Oh, zin krijg ik ervan. Zin in het leven! Ik heb geen tijd mensen! Geen tijd om normaal te doen. Het kan niet, ik moet nog heel veel liedjes schrijven. Voor mezelf, voor de muren, voor de spiegel, voor de wolken in de lucht, de zee en het strand. Allemaal willen ze mijn liedjes horen, ze willen ervan proeven en tot zich nemen. Daar hoor ik te zijn: midden in het leven! Maf mens, maf mens...

Een verstandig mens zijn, daar is niks mis mee. Ach, mag ik dat alsjeblieft op mijn eigen manier zijn? Kan ik er niet stiekem even tussendoor glippen, mijn kansen afwachten, als een kat die zijn prooi besluipt, en dan BAM HIER BEN IK roepen. Gewoon omdat dat veel leuker is. Ik voel het gras onder mijn voeten al tintelen, de grond schudden en de wind waaien van geluk. Machtig mooi man!
Maar de studieboeken liggen keurig op een stapel voor me. Ze kijken me wat zuinigjes aan. Ach, weet je wat: ik zal ze eens naar buiten laten.

Een leven in de wacht

Klop, klop...
'Wie is daar?'
'Het leven!'
'Oh, wacht even.'
'Waarop man?'
'Ja, ik heb het een beetje druk momenteel. Kun je volgende week terugkomen?'
'Doe open man!'
'Nou, liever niet. Het komt even niet zo goed uit. Druk met willen, hopen, wachten, forceren en proberen. Maar ik ben er bijna, dus ik stuur je wel een berichtje als het zover is.'

Altijd dat streven naar meer en beter. Een beter leven waarop moet worden gewacht. Iets dat er nu nog niet is, maar hoogstwaarschijnlijk nog in het verschiet ligt. Dat moet wel, want nu klopt het plaatje nog niet. Hoopvol gestemd laat je toch onbewust de dagen aan je voorbij glippen. Omdat je alles altijd al vooraf hebt ingevuld, zie je over het hoofd wat toch zo voor de hand ligt. Dat wat er al is en altijd al was, zo simpel en zo klein. Maar nee, een groots leven wil je leiden. Een naam wil je hebben, jouw leven moet een perfecte weerspiegeling zijn van wie jij bent. Wie je denkt dat je bent. Tot in de puntjes moet het kloppen, en tot die tijd zet je je leven in de wacht. Je wacht op betere tijden, verrassende wendingen, unieke kansen, een nieuwe liefde, een leuke baan, een mooier huis en op groener gras. En terwijl je wacht blijft alles nog hetzelfde. Het is alsof je het leven hebt toevertrouwd dat eens het geluk aan jouw zijde zal zijn. Maar nog niet vandaag, nooit vandaag en zeker niet nu. Dus je wacht, en je wacht, en je wacht een leven lang.
Een leven in de wacht, in de coulissen van je bestaan. 




maandag 1 september 2014

Hoog voltage

Al die weerstand. En dan weerstand tegen de weerstand. Twijfel over dit en over dat. Dan twijfelen over de twijfel. Tot het punt van niet meer weten. En dat is pas echt uitzichtloos. Op het eerste gezicht. Maar daar helemaal in onder gaan, tot je radeloos wordt van jezelf en verstijft van angst voor het onbekende, en dan op het randje van waanzin aangekomen doorzie je ineens de illusie weer. 
Dan ontstijgt er een diepe zucht uit je lijf, die uit je tenen lijkt te komen. En schouderophalend loop je naar de keuken om de vaatwasser in en dan weer uit te ruimen. 
Je weet inmiddels dat de diepe dalen erbij horen, dat het kleine ankerpunten zijn in de peilloze diepte van de oceaan. Dat alles altijd weer verder gaat, ongeacht de voorwaarden die je zelf stelt aan het leven. Piekeren over het hoe en waarom is zelden vruchtbaar gebleken, en inzien, echt zien vanuit je diepste weten, dat je vanuit dit dal reeds op weg bent naar de volgende top, geeft onmiddellijk ruimte. In die ruimte mag alles er zijn. Daar doe je de vieze vaat in de vaatwasser, je dweilt het aanrecht, en gooit de uitgedroogde theezakjes in de afvalbak. Een nieuwe pot thee is inmiddels al weer gezet. En eigenlijk is er niets gebeurd en heb jij niets gedaan. Het is stil, stil en leeg. Leeg en toch vol van het leven dat stroomt, en stroomt door je aderen, je longen en je hart, en je mond uit de keuken in, en verder, en verder, verder. Alles stroomt, steeds maar stromend stromen. 
Al die weerstand. Dammen bouwen heeft geen zin. De stroming zelf laat zich niet indammen. Bloed kruipt waar het niet gaan kan.

vrijdag 29 augustus 2014

De koe op het groene eiland

"Ergens ver weg, ik ben vergeten waar, ligt een wonderbaarlijk groen eiland. Op dat eiland woont een koe die zich elke dag te goed doet aan het malse gras. Elke dag eet ze haar buik vol en elke avond treft haar gezapig en vet aan.
Maar elke avond maakt ze zich ook zorgen: Zal er morgen wel genoeg te eten zijn? Wat moet ik op dit eiland als er geen gras meer is?
De volgende dag staat het gras weer manshoog en kan de koe volop eten. Weer eet ze haar buik vol en weer treft de avond haar gezapig en vet aan.
Maar je raadt het al, 's nachts neemt de angst het weer over: Zal het gras morgen weer gegroeid zijn?
Angst wordt paniek en van pure ellende wordt die vette koe elke nacht een mager scharminkel vol zorgen.
Zo gaat het maar door, dag in dag uit. Elke dag een volle buik, elke nacht kommer en kwel.

Arme koe. Nooit denkt ze eraan hoe het eiland elke dag voor haar heeft gezorgd. Nooit beseft ze hoe de voorzienigheid nimmer gefaald heeft voor haar te zorgen. Bij elke zonsondergang denkt ze dat haar groene eiland vergaat.
Wist ze maar hoe gezegend ze was!"

Uit: Rumi, De leeuw die ging jagen..., en andere dierenverhalen, verzameld en naverteld door Wim van der Zwan, blz. 117 De koe op het groene eiland

donderdag 28 augustus 2014

Blijf vannacht bij mij

Jij bent net een vlinder
hoe kan ik je vangen?
al mijn woorden weeg ik
in mij brandt een stil verlangen

En al je raadsels; ik wil ze lezen
hoe kan ik je raken in je diepste wezen?
het is net een koord waarop wij dansen
jij bewaart je afstand, ik bereken mijn kansen

Als ik nu jouw lippen kus
sluit jij dan jouw ogen
bloeit onze liefde dan op?
Elk woord blijft onvertogen

Toe liefste, blijf vannacht bij mij
Toe liefste, blijf vannacht bij mij

(Songtekst van een liedje van weleer)

Haiku

Ondeelbaar geluk:
er is geen mooiere plek
dan NU hier te zijn

maandag 18 augustus 2014

Over het genot van slapen

"Als ik ooit zo'n geniale pen zou krijgen dat ik alle schrijfkunst in mij verenigde, zou ik een loflied op de slaap maken. Mijn hele leven heb ik geen groter genot gekend dan te kunnen slapen. De volledige uitschakeling van het leven en de ziel, de complete verwijdering van alle levende wezens, de nacht zonder geheugen en teleurstelling, geen verleden en toekomst bezitten,..."

Fernando Pessoa, Boek der rusteloosheid, 180, p181

zondag 17 augustus 2014

King Of the Road


Gek, hoe dat toch werkt met liedjes. Eergisteren zat ik ietwat somber te mijmeren over al mijn mislukte plannen. Ik bedacht me dat niets eigenlijk gegaan is zoals ik dat ooit had bedacht. Om even onder te dompelen in mijn eigen vertrouwde melancholie, was ik juist van plan er een stukje over te schrijven toen een melodie zich aan me opdrong. Eh, nee, het betrof niet het liedje van John Lennon over dat het leven is dat wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt. Al was deze tekst geloof ik van Acda en de Munnik.
Nee, het was een heel typisch liedje waarvan ik de tekst niet onmiddellijk naar boven wist te halen. Terwijl ik de melodie al uit volle borst meezong op de krakkemikkige versie in mijn hoofd, probeerde ik het origineel op youtube te voorschijn te toveren. En warempel, na ettelijke pogingen (en mede doordat ik gelukkig op het meest essentiële stukje tekst uit het liedje kwam) vond ik het origineel.
Maf, vond ik. Geen alledaags liedje. Tenminste niet voor mij. Geen directe herinnering aan deze uitvoering en niets waaraan ik het kon relateren. Maar misschien was het weer zo'n kleine aanwijzing voor mij. Die komen wel vaker in de vorm van liedjes. Het hart spreekt nu eenmaal een andere taal dan wij mensen gewend zijn. De aanwijzing, of de verwijzing zat hem in het met lege handen staan. Omdat alles anders gelopen is, ik niet weet hoe morgen eruit zal zien en ik eigenlijk niets heb, in de zin dat ik geen carrière heb gemaakt, geen vermogens heb en ook geen uitzonderlijke talenten, ligt alles open. Ja, lege handen heb ik. Precies waar ik eens zo bezorgd over was. Destijds leek me dat het ergste wat me kon overkomen. Nu ik hier ben, met lege handen, is er eigenlijk niets aan de hand. Ik doe maar wat, en het is prima. Deze eenvoud is meer dan ik nodig heb. Alles wat daar nog bij komt is aardig, niet relevant, maar ook goed.
Het heeft even geduurd, maar inmiddels is de boodschap tot me doorgedrongen; ik mag dan het leven van een zwerver lijden (ietwat aan de dramatische kant, maar in essentie een waarheid), in wezen ben ik de koning te rijk. I'm King of the road!
Die andere, vrouwelijke versie van deze melodie 'Queen of the house',  die heb ik voor het gemak links laten liggen. Daar kwam ik later op na wat speurwerk op wikipedia. U begrijpt wel dat die mij helemaal niet aanspreekt. Al zit ook daar een kern van waarheid in, vrees ik.

dinsdag 29 juli 2014

Zin, onzin of kwestie van schouders ophalen?

Zou het met de liefde zo kunnen zijn dat juist die onmogelijkheid tot werkelijke intimiteit maakt dat je maar blijft hunkeren naar een volmaakte staat van eenheid, waarvan je intuïtief al wist dat deze nooit zal plaatsvinden. De liefde is slechts een droom, en daar dan een slap aftreksel van. Telkens wanneer je denkt haar te kennen, kom je tot de conclusie dat je een schaduw van jezelf beminde. Je hebt datgene lief, dat raakt aan iets in jezelf. En het is per definitie een toestand van zijn die puur persoonlijk is. Het brengt iets in jezelf in beweging. Hoe kun je dan zo stom zijn om altijd maar weer iets buiten jezelf verantwoordelijk te maken voor jouw gevoelens van liefde, lust en onlust.
Hoe kun je claimen iemand innig lief te hebben, zelfs na jaren van afzondering en zonder tegenbericht? Hoe kan zo'n liefde voortbestaan? Het zijn misschien wel je eigen denkbeelden, ooit in gang gebracht, en die als een pendule blijven bewegen om hun eigen kern. De worsteling om je eigen wanen te verslaan, om zelfs je dwepend hart in bedwang te houden en je fantasieën in te perken, kost meer moeite dan de liefde toe te laten in al haar geuren en kleuren. Ja, misschien zal zij dan pas verdwijnen, of uitdoven als een kaars in de nacht.
 Waarschijnlijk is de grootste stommiteit die van de schrijver die zich vereenzelvigt met dat wat geschreven wordt. Letters vormen woorden, woorden vormen zinnen, maar er is iemand voor nodig om er betekenis aan te geven. Van zichzelf zijn het reeksen van symbolen, zwarte inkt op een witte achtergrond. En zonder die achtergrond tekent zich niets af.
Om terug te komen op de liefde; slechts het niet weten blijft bestaan. Of alleen dat wat is blijft over. Hoe spijtig dat ook mag zijn. Daar haalt de liefde haar schouders bij op.


maandag 12 mei 2014

Koekoek

Sinds ik mijn meeste vrije tijd doorbreng onder of op mijn eenpersoons hoogslaper, weet ik onmiddellijk wanneer ik even pas op de plaats moet maken. De zit/ leefruimte onder mijn bed is namelijk zo beperkt dat aandachtig bewegen essentieel is. Als ik even niet oplet stoot ik mijn kop tegen het houtwerk. Een ondoordachte of snelle beweging wordt dus meteen afgestraft met een keiharde knal. Deze is meestal zo effectief dat ik niet anders dan innig dankbaar kan zijn voor de harde les.
Bijkomend voordeel aan deze mini kamer die ongeveer zo breed en zo lang is als de hoogslaper zelf, is dat het totaal ongeschikt is voor het ontvangen van visite. Dit hokje van mij is dan ook meestal een oase van rust. Omringt door mijn lievelingsboeken en een handvol persoonlijke bezittingen ben ik er de koning te rijk. Ik kan er met mijn laptop de hele wereld binnenlaten, maar ook weer buiten sluiten.
Mijn kinderen echter vallen natuurlijk niet in de categorie visite; die komen mij gewoon ongevraagd verblijden met hun aanwezigheid, en stormen soms letterlijk mijn ruimte binnen. En hebben daarbij nog nooit hun kop gestoten. Maar als ze groter worden zal dat toch een keer gebeuren. Ik hoop dat zij er dan net als ik hard om kunnen lachen. Na afloop.
Als ik aandachtig en rustig bewegen eens wat meer toepas op andere terreinen in mijn leven, wie weet, werkt het daar ook. Maar misschien heb ik gewoon af en toe een knal voor mijn kop nodig...

zondag 27 april 2014

Ontdekkingsreis

Zoals een hart klopt en alle wijsheid in zich draagt, zo moet ik sterk zijn en vertrouwen op die levenskracht. Één worden met het ritme van mijn hart, synchroon met het leven waarvoor ik in de wieg ben gelegd. Dan gaat alles vanzelf.
Het grote mysterie; de wolk van niet-weten waarin alle vraagstukken vanzelf oplossen, en plaats maken voor een diep gevoel van rust en vrede, daar zijn wij allen één. Dat wat je niet kunt bevatten, maar blindelings kunt vertrouwen, dat is de bron van geluk. Ik dompel onder en verdwijn erin. Alle grenzen vervagen, de werkelijkheid lijkt zijn vat op mij te verliezen en in de plaats daarvan een gelijkmoedigheid die ik me niet kan toe-eigenen maar welke wel zeer authentiek aanvoelt.

Ik schrijf het op omdat ik weet dat ik het nu nooit meer vergeet. Wat er eigenlijk altijd al was, maar waar ik steeds weer blind voor was, toont zich in alle toonaarden. Soms heel subtiel maar altijd herkenbaar als de waarheid. Die waarheid als leidraad nemen, dan valt het leven je toe in alle eenvoud.  Ja, dan kan ik lichtvoetig en speels het leven tegemoet treden. De rust om te kijken wat er voor me ligt, dat is een grote rijkdom! Maar ook de zin om op mijn tocht te ont-dekken wat eerst onzichtbaar was. Het is ontzettend geinig om een ont-dekkingsreiziger te zijn! Een groot experiment dit leven in uitvoering! En dat ik niet meer vergeet te ontspannen tijdens deze voorstelling...


donderdag 24 april 2014

Trouwe bank

Dinsdagavond heeft een enorme drang mij naar een speciaal plekje in Bergen doen fietsen. Daar ging een innerlijk gevecht aan vooraf, omdat ik sinds lange tijd het prachtige dorp Bergen mijd als de pest. Er is niks mis met die plek aan de andere kant van het kanaal, vanaf mijn leefomgeving bekeken, maar liever ga ik er met een grote boog omheen. Dat is gewoon beter; ik strooi liever geen zout meer in open wonden. Mijn eigen wonden dan. En ach, dat zal wel een keer veranderen.
Maar goed. Ik sprong op de fiets en reed rechtstreeks naar de plek waar ik als twintiger graag heen fietste. Vaak ook gedreven door een soortgelijke drang. Een zoeken naar antwoorden, of mezelf. Een verlangen naar een innerlijke rust. Of meer simpel; de zin om naar buiten te gaan. En dan streek ik vaak neer op dat plekje; een bankje onder een boom aan de rand van een weiland. Niet belangrijk om letterlijk uit te wijden waar dat is. Gewoon een fijn plekje om even te stoppen en gewoon te zitten met jezelf. Om een banaan te eten en een flesje water te drinken.

Ik vroeg me tijdens het fietsen al af waarom ik nou juist daarheen wilde fietsen. Dus liet ik mij er nieuwsgierig heenvoeren door mijn drang, mijn verlangens en mijn hartstochtelijke zoektocht naar 'iets'. Natuurlijk gaat het om 'iets' in mezelf. Maar wat dan? Een puzzelstukje op z'n plaats leggen.
Begrijp me niet verkeerd; alles is juist altijd precies goed zoals het is, maar het leven dat door mij heen stroomt wil gekend worden op een manier die mij meestal onbekend is. Het is toch een groot mysterie, nietwaar?

Dus ik ging daar zitten op dat bankje en bedacht me dat er eigenlijk niets veranderd was. Voornamelijk in mezelf. Dat trof me nog het meeste. Na achttien jaar zoeken naar mezelf, of de zin van mijn leven, plof ik weer neer op hetzelfde bankje. Met precies dezelfde levensvragen, en de kriebel om de deur uit te gaan, om op mijn fiets door het landschap te rijden en mezelf juist even te vergeten. Terwijl ik haastig mijn huis verlaat om 'iets' waarvan ik geen weet heb te kunnen vinden. Dat 'iets', een teken wellicht, waardoor mijn leven een radicale wending zou kunnen nemen. Misschien een 'iemand'. Een bijzondere ontmoeting.
Ja, ik schrijf dit eerlijk en open op zoals ik dit op dat moment op de fiets weer voor me zag liggen. Alle bijzondere en grote inzichten die tot mij zijn gekomen ten spijt. Ik dacht dat die goed wortel hadden geschoten, ik dacht dat de Grote Onrust was vertrokken en plaats had gemaakt voor diepe vrede.
Zittend op dat bankje, met de zon op mijn huid, gebeurde er natuurlijk helemaal niets. Gewoon stilte. Leegte. Verderop twee kraaien op een hek. In de verte een tractor, wat fietsers, koeien, gras, veel groen, kabbelend water. Geen inzichten. Alleen maar zitten.
Fijn! Tja, had ik thuis ook kunnen doen. Even stoppen met mezelf serieus nemen. Het ging niet om de fietstocht! Die was bijzaak. De bestemming ook. Wat maakt Bergen eigenlijk ook uit? Wie kan het ook maar iets schelen? Even pas op de plaats maken.
Er komt niets. Daar hoef je niet naar te gaan zoeken. Die stilte van zo'n fijn bankje aan de rand van een weiland, die is er altijd al. En ja, die was er achttien jaar geleden ook al.
En dat bankje vond het prima!
Nog steeds.

zondag 6 april 2014

Haiku

Regen op de ruit
tik, tik, een vermaning om
binnen te blijven

donderdag 3 april 2014

Haiku....

Twee pimpelmeesjes

fluitend van plezier, alleen

en dan weer samen


maandag 31 maart 2014

Haiku bundel 2

Laat het leven dan
maar dit programmaatje door
mij heen afspelen*




* Met dank aan co- createur Gerhard Brüggemann die ook deze haiku vond in de regels tekst die ik hem zond in een brief. 

zondag 30 maart 2014

Een haiku uit bundel twee

Het is wel goed zo-
het leven stuurt me ken'lijk
een and're kant uit

dinsdag 4 maart 2014

Een zoete lente

Alles is precies goed zoals het is. en daarvoor mijn dank, en toch trekt de lente weer aan mij en brengt me zoete dromen in de nacht. Dromen over een polderland aan de andere kant van het kanaal. Een onbereikbaar oord, afgezet door doornenstruiken. Maar het zijn de rozen die mij doen verlangen naar een tijd die al lang verloren is gegaan. De doornen deren mij niet, en dit tegen beter weten in.
Ach, het is mijn melancholische aard die mij reeds vele malen aanzette tot dwaze capriolen.
Wellicht ben ik ditmaal wijzer geworden, want ik kan nu snuiven aan dit verlangen zonder eraan toe te geven als een hopeloze romanticus. Mijn instinctieve handelingen hebben in het verleden niets dan sporen achtergelaten. Juist wanneer ik dacht het juiste te doen! Maar och, dat zijn ook zaken die je nooit kunt overzien.
Evenwel omarm ik de lente en verwelkom ik iedere nieuwe knop aan struiken en bomen. Ja, ik heb zin in dit nieuwe voorjaar met zijn verborgen schatten. Een nieuw avontuur! En wie weet zullen de rozen weer tot bloei komen ooit, zij het in een andere kleur.
Maar die zoete dromen laat ik ditmaal aan mij voorbij gaan. De lente heeft al alles wat ik nodig heb, en meer verlangen dan dat zou hebzuchtig zijn.

donderdag 6 februari 2014

Stof

Een nieuw muzikaal project. Beetje stapelen met muziekjes uit de database met geluiden. En dan kijken of ik al improviserend iets leuks neer kan zetten. Vooral niet te veel nadenken, of er te veel aan sleutelen. Opnemen en maar zien waar het schip strandt.