zaterdag 22 juni 2013

Lofzang

Een lied, door mijn dronken hart
in het aanzicht van de dag
vanuit het donker voortgebracht

De maan; hoe lieflijk het gezicht
door haar stralen aangeraakt
brengt de nacht in evenwicht

De zee komt steeds dichterbij
heft alle onschuld op
raakt het leven aan in mij

Zacht is de helderheid die mij omringt,
mij voedt, mijn leven kleurt, me bemint.
Die er belangeloos voor zorgt
dat mijn hart weer zingt.

Dat mijn hart weer zingt
Mijn hart weer zingt.

vrijdag 21 juni 2013

Hoera voor de nutteloosheid!

Vandaag ben ik weer wakker geworden met de drang om mijn bed uit te springen en onder te duiken in het leven. Geen idee wat deze dag me brengen zal en slechts vage ideeƫn over de invulling ervan. Ja, de boodschappen en de kinderen. Maar nog meer, een drang om iets te doen of ergens na toe te gaan. Nu zit ik hier en de creatieve drang sleurt aan me om mijn eieren te leggen. Een lied welde tijdens het bereiden van het ontbijt in me op. Nu speelt het in mijn hoofd. De tekst heb ik deels kunnen vangen, maar de muziek laat ik nog even voor wat het is. Alles in het inmiddels aanwezige vertrouwen dat die niet zoekraakt. Het wakkere gevoel dat bezit van mij heeft genomen maakt dat ik me wil afsluiten van alles en iedereen. Ik wil me terugtrekken en kijken, en schrijven over wat zich aandient. Na twee zinnen schrijven op deze gammele laptop, schiet de kramp al in mijn linkerhand. Al dagen loop ik met reumatische pijnen in mijn linkerschouder en hand. Nu weet ik weer waarom ik nooit langer dan een half uur achter elkaar schrijf. Mijn lichaam houdt niet van deze eenzijdige bewegingen. Daarom dus liedjes schrijven. Of korte gedichten. Kort en krachtig en direct tot de essentie doordringen. Maar voordat ik daar ben, wil ik dansen en zingen, een cake bakken, rondjes rennen op het plein, de vloer boenen, de kamer herinrichten of gewoonweg zitten en alleen maar kijken. Er is iets dat buiten mij om, iets dat veel existentiƫler is, om mijn onmiddelijke aandacht vraagt. Het leven raast door mijn lijf! Ik wil het grijpen, vasthouden, ervan proeven,
er op kauwen en er volledig in onderdompelen! Gekke en bizarre avonturen ondernemen, en totaal onthecht en volledig zinloos als een gek wijf, met mijn meest gekke hoedje op, door de straten lopen. ‘Auw,’ zegt mijn lijf. ‘Doe maar even niet. Ruim eerst je rommel op. Kijk daar alsjeblieft even naar.’
Nu terug naar de werkelijkheid van alledag. Ik zit hier met mijn gedrogeerde geest, met mijn totale waanzinnige gelukzaligheid en de kriebels in mijn lijf, en met kramp in mijn hand, een houten reet van de rode Trip-Trap van mijn dochter, verder nog een knaagje in mijn maagje die roept dat er van gelukzaligheid niets gebakken kan worden, en ineens zie ik mijn zoon spelen met zijn blokken. Dat mannetje die zich totaal niet bewust is van mijn drang en verlangens, bouwt tevreden aan een treinbaan. Buiten regent het en ik zie vanaf deze afstand nog hoe de hommels haast onverstoorbaar van de ene kamperfoeliebloem naar de andere vliegen. Wellicht ook dronken van geluk? De regen lijkt ze in ieder geval niet te weerhouden van hun dans met de oranje- gele klokken.
De essentie van dit relaas? Ha, die is er niet! Geen moraal, en geen leuke laatste zinnetjes die het begin, het midden en het einde van dit verhaal aan elkaar breien. Het is totaal onbelangrijk. Volledig nutteloos. En daarom een applausje waard!