maandag 12 maart 2012

Schemerlicht


De dageraad nadert en de kamer is gevuld met de belofte aan de warmte die straks zal komen. Alles is nu nog in schaduw gehuld maar het twijfelachtige schemer siddert van blijdschap en wacht zijn kans af. Daar op die grens tussen nacht en dag, en op het randje van het ontwaken van het licht, daar bevind ik mij. Op mijn knieƫn en gekleed in slechts mijn nachtkleed. En niet omdat ik iets kwijt ben geraakt, maar juist omdat ik verkeer in de wetenschap dat ik altijd al bezat waarnaar ik zo naarstig op zoek was. Een zoektocht waarvan ik mij grotendeels niet eens bewust was. Op deze grens zit ik, en alleen maar op dit moment omdat het me werd ingefluisterd in een droom waarvan ik snel ontwaakte en mij haastte naar de plek die mij verlichting zou geven. Maar in het donker kan ik niet zien. Alleen maar tasten in het duister en diep van binnen weten dat de zachtheid die ik voel waarde heeft.
Als de eerste vogel zingt, en het eerste straaltje licht naar binnen dringt, dan roep ik jou.
Dan roep ik jou!