donderdag 29 maart 2012

Weg is weg

Weg is weg.
En wat er voor in de plaats komt is niets.
Of heel veel.
Heel veel ruimte.
Een leeg vakje dat opnieuw ingevuld kan worden.
Met iets. Een oneindige hoeveelheid aan mogelijkheden.
Ach, misschien koester ik dat lege vakje nog een tijdje. Want trekken blijft het toch.
Maar weg is nu weg. En het voelt als een wijs besluit.

Spiegelbeeld


Als je in de spiegel kijkt ga je uit van wat je daar ziet. Maar ik weet inmiddels dat de ik die ik zie in de spiegel niet de werkelijke of wezenlijke ik is. Toch ben ik erg gehecht aan dit beeld. Daarom kleed ik me op de manier waarop ik me kleed. Het past bij het beeld wat ik heb van mezelf. Mooier maken vanbuiten door er een goed gevoel over te hebben vanbinnen.
Sinds een aantal jaren maak ik me meer en meer los van mijn gehechtheid aan het beeld in de spiegel. Het beeld is niet constant en mooi is ook alleen maar mooi in een bepaalde context.
De broek die ik heb gepast in een kledingzaak waar het licht op een bepaalde manier schijnt, zodat alles wat ik er pas per definitie mooi is, kan voor de spiegel thuis een hele andere kleur hebben. Een andere beleving natuurlijk, want de broek is hetzelfde.
Dus is het zaak om me helemaal los te maken van elke definitie die ik heb van mezelf. Om daarna tot de kern te komen van wie ik werkelijk ben. En alleen de essentie tevoorschijn laten komen. Ik heb de neiging om dan nooit meer in de spiegel te kijken, of dan juist weer wel iedere keer dat ik langs een spiegel loop. Tot ik merk dat ieder oordeel over mezelf zachter en milder is geworden. Dan kijk ik in de spiegel en dan zie ik mezelf. Op een dag trek ik dan gekke schoenen aan waar ik om word uitgelachen of juist weer toegelachen. Besluit ik voorlopig niet meer naar de kapper te gaan omdat ik niet meer bezig wil zijn met mijn kapsel. Er groeit haar op mijn hoofd. En dat is dan dat. Heeft mijn lievelingsvest vlekken die er nooit meer uitgaan in de was, en die blijf ik stug dragen terwijl ik alle goede adviezen van mijn moeder over vlekkenbehandeling in de wind sla.
Het valt me op dat hoe minder ik bezig ben met mijn uiterlijk, des te meer anderen erover vallen. Ik krijg meer complimenten. Dat ik er jonger uitzie, zachter, gezond, uitgeslapen, goed of zelfs sexy. Het beeld van mij komt juist krachtiger naar voren. Dit in stil contrast met de wens om kleiner te worden. Niet bescheiden, of minder belangrijk maar gewoon kleiner. Niet zo hard en aanwezig. Niet zo bezitterig en vooringenomen. Gewoon klein. Een iemand die de naam Marloes heeft gekregen. Oh, en als ik dan juíst begin te groeien, dan komt de twijfel. Dan wil ik stiekem onder mijn steen kruipen. Een stem in mij dwingt me dan weer in de spiegel te kijken. Alleen kijken en niets zien. Gewoon dat doen wat ik doe omdat dat nu eenmaal in mij zit. Daar dan juist weer helemaal niet gehecht aan raken.
Als ik dan een foto van mezelf ik de krant zie staan, dan mag die best een tijdje op het prikbord hangen zodat ik mezelf eens vanuit dat perspectief kan bekijken. Maar die heb ik er na een dag weer afgehaald. Want ook dit beeld is maar net hoe je het bekijkt. Het verandert niets aan wie ik ben. Werkelijk.
Een spiegelbeeld is gewoon een beeld dat gespiegeld weer wordt gegeven. Echt, meer is het niet.

maandag 12 maart 2012

Schemerlicht


De dageraad nadert en de kamer is gevuld met de belofte aan de warmte die straks zal komen. Alles is nu nog in schaduw gehuld maar het twijfelachtige schemer siddert van blijdschap en wacht zijn kans af. Daar op die grens tussen nacht en dag, en op het randje van het ontwaken van het licht, daar bevind ik mij. Op mijn knieën en gekleed in slechts mijn nachtkleed. En niet omdat ik iets kwijt ben geraakt, maar juist omdat ik verkeer in de wetenschap dat ik altijd al bezat waarnaar ik zo naarstig op zoek was. Een zoektocht waarvan ik mij grotendeels niet eens bewust was. Op deze grens zit ik, en alleen maar op dit moment omdat het me werd ingefluisterd in een droom waarvan ik snel ontwaakte en mij haastte naar de plek die mij verlichting zou geven. Maar in het donker kan ik niet zien. Alleen maar tasten in het duister en diep van binnen weten dat de zachtheid die ik voel waarde heeft.
Als de eerste vogel zingt, en het eerste straaltje licht naar binnen dringt, dan roep ik jou.
Dan roep ik jou!

Ode aan het Grote Niets

Vanmorgen na mijn derde kopje koffie, kwam dit curieuze liedje voorbij. De tekst heb ik gevangen en vol van verbazing en met plezier opgeschreven:

Het wiel van overvloed
Draait steeds maar door
En wat ik eens bezat
Komt ooit in een afvalvat
Het vervalt, het ontbindt
Even vluchtig als de wind
Maar wat altijd blijft
Is niets

Het zwaard van Damocles
Hangt boven ieders hoofd
En wat je vreugde geeft
Is dat wat je nastreeft
Maar het vervalt, het ontbindt
Even vluchtig als de wind
Maar wat altijd blijft
Is niets

Wees zo blij als een kind
Met je haren in de wind
Voel je vrij
Voel je blij
Prent in je kop
Niets is nooit op

De dag en de nacht
Zorgen voor alle levenskracht
In elke steen die je vindt
Zit ook het zuchten van de wind
Houd niets vast, laat het los
Dompel onder in de kosmos
Wat altijd blijft
Is niets

De zon en de maan
Kunnen niet zonder elkaar bestaan
En elke rimpeling
Is het beging van een bundeling
Maar in een tijdloos bestaan
Komt nergens een einde aan
Wat altijd blijft
Is niets

Wees zo blij als een kind
Met je haren in de wind
Voel je vrij
Voel je blij
Prent in je kop
Niets is nooit op

NB: Ik denk dat het een ode aan de Grote Nietsheid is. Aan de melodie wordt nog gesleuteld.

dinsdag 6 maart 2012

Verlichting

Vanmorgen toen ik tijdens het brak voelen na een zeer korte nacht, en wellicht nog enigszins onder invloed van een paar (of 4) glazen rode wijn, wat zat te staren naar het google scherm, maar eigenlijk niet wist wat ik dan in wilde tikken in de zoekmachine, kwam het ineens tot mij! Een overweldigend gevoel van bewustzijn. Een magisch moment, van misschien wel twee minuten kloktijd lang, verkeerde ik in een staat van totale gelukzaligheid. Een weten waar het leven over gaat. Een gevoel van herkenning en een helderheid die ik zelden heb waargenomen. 'Wauw' dacht ik na die paar minuten. 'Dit moet ik echt opschrijven!' En toen was het net zo plotseling weer verdwenen als het was gekomen. Of was het er nooit geweest? Een beetje diffuus nog zit ik nu te overpeinzen hoe ik deze wonderlijke ervaring het beste kan omschrijven. Maar ik weet het niet. Het enige wat nog is gebleven, is een gevoel van lichtheid, vrede en geluk. Ach, misschien was het wel niet meer dan dat.

Er is niets

Ik zit hier maar te zitten met het lege scherm nog voor me. De koffie inmiddels koud geworden, en mijn blik naar binnen gericht. En toch ontgaat me niets. Het gonzen in mijn hoofd, mijn koude voeten maar ook de poes die wat mauwt en snuft en onrustig heen en weer loopt. Playmobile poppetjes die worden aan- en uitgekleed door mijn zoon die in opperste concentratie kleine onderdeeltjes verplaatst van de ene naar de andere plek, en het patroon op zijn kleurige pyjama. De klokken in de kamer tikken ieder op hun eigen ritme. Ze tikken, onverschillig voor het getik van de ander. Mijn hart bonst en ik voel het kloppen in mijn keel. Weer een ander ritme. Plastic onderdeeltjes vliegen door de kamer, kleine voetstappen erachteraan. Het geluid van tikken, zoemen, gonzen, bonzen in en buiten mij, meer is het niet en het stelt niet veel voor. Maar nu is het alles wat er is. Ik sluit mijn ogen en geef me eraan over. En ik wacht af wat er gebeurt. Maar er gebeurt helemaal niets. En dat is fijn. Alles gaat precies zoals het gaat. En meer is het niet.

maandag 5 maart 2012

Boodschappen doen en het pad van zen

Boodschappen doen is soms een enorme kwelling. Een haast onmogelijke uitdaging om het pad van ZEN te bewandelen in een supermarkt. Overal, nee echt, overal kom ik van die moeders tegen. Moeders die gebukt gaan onder het gewicht van de zware last van hun kinderen. En die lopen er dan natuurlijk naast. Of achteraan. En wat die kinderen dan ook doen, het levert altijd een gemopper en in het slechtste geval een snauw van die moeders op. Dat ze vervelend zijn of doen, niet zo moeten zeuren, dat dit echt de laatste keer is dat, en anders gaan 'we' nooit meer dit of dat. Een en al gal, zuur en zwartgalligheid. Ik krijg spontaan medelijden met die kinderen. Wil ze in mijn winkelwagentje stoppen, ze opruien om gekke bekken te trekken naar hun moeder, haar aan de haren trekken of vermanend toespreken, of gewoon keihard gaan gillen. Maar dat is niet ZEN. En ik bewandel het pad van ZEN. Dan probeer ik ernaar te kijken zonder oordeel. En het te laten zijn. van die dingen. Maar overal waar ik loop, hoor ik die moeder de ruimte van haar kinderen vervuilen met haar vergif. De kinderen zijn de toekomst, en ik ben er dan in dat geval weer getuige van dat vrede voorlopig nog niet binnen bereik is. Of, nee, dat kan ik niet weten, en dan probeer ik in en uit te ademen en al van dit weer los te laten. Aandacht bij mijn boodschappen. Lucifers op mijn lijstje. Maar in mijn ooghoek zie ik weer zo'n scène waar ik de kriebels van krijg. Ik negeer het, ik negeer het. Rechtdoor naar de plek van de lucifers. Hé, waarom hebben ze de lucifers verplaatst, vraag ik me dan verwart af. Maar merk op dat ik sta te staren naar het vak met toiletpapier. En dan besef ik dat dit een heel rare plaats is voor lucifers. Spontaan krijg ik zin om die hele aanbieding Popla in de fik te steken. Adem in, en adem uit. Voel mijn voeten. Gehuil klinkt door de winkel. Mijn nekharen gaan rechtovereind staan. ZEN. Wat zegt dit over mij, schiet me dan te binnen? Welk een spiegel wordt mij voorgehouden? Misschien ben ik wel die rotmoeder. Of nee, ik kan ook wat doen aan dit 'probleem'. Oh, ik kan ook een gekke bek naar die moeder trekken. Een beetje humor om de zaak wat lucht te geven. Maar zulke moeders zijn levensgevaarlijk. Nee, toch maar niet doen. Wacht, als ik er niks aan kan doen, dan moet ik de situatie accepteren. Op het moment dat ik dat bedenk, sta ik ineens voor een schap met schattige glaasjes in allerlei leuke kleuren. Zonder erbij na te denken leg ik er drie in mijn karretje. Niet nadenken, maar aanwezig zijn met aandacht. Ja, ik weet het weer, dat was de oplossing. Maar waarom leg ik dan die glazen in mijn kar? Die heb ik niet nodig. Impuls aankoop. Of, is dit gewoon spontaan? ZEN. Uiteindelijk lukt het me om de lucifers te vinden op de plek waar ze (altijd) liggen, race ik naar de kassa met alle boodschappen op mijn lijstje, exclusief schattige hebbedingetjes, en kom ik bezweet en enigszins beduust thuis. Twee koppen koffie later, zit ik dan er een blogberichtje over te schrijven, terwijl de cafeïne door mijn lichaam giert. Loskomen van het denken. Het pad van ZEN. Dat ik hierover schrijf zal dan ook wel niet ZEN zijn.