donderdag 27 december 2012

Voorproefje van het aanstaande album




Het eerste liedje dat helemaal klaar is. Aan twee worden nog gesleuteld, er moet voor een ander liedje nog piano opnames worden gemaakt (een prachtige vleugel!), en de rest moet nog worden bewerkt en gemixt. En dan nog even wachten of zich nog een liedje aandient. Maar als het klaar is, dan merk ik het wel en gaan we het afronden. Het zal wel in de loop van het nieuwe jaar worden dat we het album gaan uitbrengen. We zitten in ieder geval goed op schema. Niet dat ik me ook maar iets aantrek van welk schema dan ook:-)

zondag 9 december 2012

Mijnheer Boef


Je naam spreek ik niet meer uit.
Vergeten wil ik je gezicht.
Maar dan juist kom je bij me aan
In dit lyrische gedicht.

Bij elke stap die ik zet
Ben jij mijn stille metgezel.
Het is niettemin dat mijn bloedend hart
Het lot steeds weer tart.

Je schuilt achter elke bloem
En in een lenteblad zo teer
Telkens als ik mijn ogen sluit
Dan zie ik je des te meer

Vergeef me als ik breek
Het wordt van binnenuit gestuurd
Blijf ik met lege handen staan
Dan nog is er geen houden aan.

De wind fluistert je naam.
En de regen laat me zien
Dat zelfs als de zon niet schijnt
Niets deze liefde ondermijnt.

Wat een rijkdom dit bezit.
Er is niets meer dan dit.

Sportief in eigen huis

Of ik nog aan hardlopen doe werd mij laatst gevraagd. Binnen was mijn antwoord. Ik zet opzwepende muziek aan en werk mijn lijf in het zweet. Beetje dansen, stampen, springen, huppelen en rondjes draaien. Na drie kwartier voelt dit net zo als vijf kilometer hardlopen. Weet ik uit ervaring.
Een vreemd antwoord van mij, zag ik op haar gezicht. Of ik niet naar een sportschool ga. Ik zou niet weten waarom. Daar kan ik toch niet in mijn onderbroek en op blote voeten op een plaat van The Beegees staan springen? Of als een Afrikaanse vrouw met mijn billen schudden op muziek van The Rolling Stones.
En 'Bij ons staat op de keukendeur...' draaien ze ook niet in een sportschool. Nee hoor, geen haar op mijn hoofd die eraan denkt naar een sportschool te gaan. Mijn huiskamer voldoet aan alle eisen.
Hardlopen is trouwens ook een zwaar overschatte sport. Ik houd best van rennen, maar persoonlijk wissel ik het graag af met huppelen. Hoe sneller ik huppel, en hoe hoger ik kom, hoe groter de lol. Ja, een rondje Geestmerambacht huppelen kan mij altijd erg bekoren. Maar straks weer hoor, als het voorjaar haar lokroep weer laat horen.

'Hi, hi, hi, ha, ha, ha, ik stond erbij en ik keek ernaar.'

Gisteren ben ik gevallen met de fiets! Vallen is iets heel bijzonders. Als het kon, liet ik me vandaag weer vallen.
Omdat sommige fietspaden glad waren, wist ik al dat ik me op glad ijs bewoog, zal ik maar zeggen. En met een bakfiets manoeuvreren is ook veel lastiger. Vooral als er voor je een vijfjarige zit die het lastig vindt om stil te blijven zitten. Maar op de heenweg viel het mee, dus ik raakte op de terugweg wat overmoedig. Te laat realiseerde ik me dat juist het fietstunneltje een heikel punt was. Daar was immers niet gestrooid.
'Nou wordt het echt spannend!' riep ik tegen mijn zoon.
En ja hoor, ik begon krampachtig tegengas te geven en probeerde te remmen. Nooit doen! Dat weet ik nu.
En als je dan voelt dat je valt, dan komt er een moment dat je niets meer kunt doen. Je valt en dat is dat. Er is dan alleen maar vallen. Daar kun je je het beste aan overgeven. Doe je dat niet, en zet je je dus juist schrap, dan is vallen helemaal niet leuk. Dat was dus in mijn geval. Auw! Knie bont en blauw, stuitje idem dito. Maar mijn zoon gleed uit het bakje het fietspad op, keek even waar hij terecht was gekomen, en stond weer vrolijk op. Geen vergelijking natuurlijk in dit geval, hij werd alleen maar zachtjes de straat op geschoven. Tja, en daar lag ik dan. En dan is het best grappig om te merken dat vallen ook maar vallen is. Dat ik altijd zo bang ben om te vallen, vooral als het ijzelt en daardoor als een oud wijf op de fiets zit. Of bijna niet meer de deur uit durf. Stel je voor dat ik val!
Maar vallen kan gebeuren. Ja, zeker in winterse omstandigheden. De volgende keer, en ik kijk er echt nu al naar uit, laat ik me gewoon vallen. Als ik niets kan doen, en er alleen maar vallen is, dan is dat maar zo. Hoef ik niets voor te doen. Geen denken, niets te handelen, gewoon laten gebeuren. En dan maar kijken!
Wauw! Na de val, ben ik opgekrabbeld en weer verder gefietst (na het fietstunneltje dan). Eenmaal thuis heb ik een uur lang zitten na genieten van mijn stramme lijf. Pijnlijk, maar ergens ook fijn want ontzettend leerzaam. Want als ik ben vertrokken, en er alleen maar is, en in dit geval dus vallen, dan ben je even in de hemel.


zaterdag 8 december 2012

Adinkrahene



Een plus een is drie. 



Volkomen totaal


Alleen gaan. Mijn naam vergeten. Alle zakken legen en niets meer dragen. Geen verwachtingen meer maar gewoon het leven zijn. Zelfs de drang om iets te creëren laten vallen. Nergens meer aan hechten. Gewoon maar doen. Zonder rede. Zonder zin. Blijmoedig en liefdevol in het leven staan. Stapje voor stapje verder zonder ooit een afstand af te leggen. De eenheid van zaken zien. Alles is perfect en alles is compleet. Niets meer aan toe te voegen. Kijken vanaf een afstand, totdat zelfs dat is verdwenen. Volmaakt gelukkig omdat ik altijd al daar was waar ik wil zijn. Weer onschuldig worden, als het kind, en dan tot stof vergaan.  Er is niets. En niets is alles wat er is. Alles is totaal. Totaal.


woensdag 28 november 2012

Nieuwe hobby: Haiku schrijven


Een nieuwe hobby die nog in ontwikkeling is. Hieronder een greep uit mijn eerste pogingen.
Haiku

Van zwarte toetsen
zijn er minder dan witte
en geen toets te min

Een bijster geheim
de spin die telkens opnieuw
op het deksel spint

nu is het genoeg!
ferm wordt de dop losgedraaid
thermosfles sputtert

Spreeuwen kwetteren:
we gaan, ja, we gaan op reis!
En de kruisspin zwijgt

zie hoe jij verdwijnt
jouw wangen in mijn handen
zacht kus ik je slaap

De wind die roept maar:
‘Trek je stoute schoenen aan!’
Mijn hart klopt minzaam

De slak kruipt gestaag
Waarheen? Ik heb geen benul
Een slak, een slak, toch?

Hebzuchtig reikend
loop ik rondjes om jouw hart
doof voor de stilte

Echt, jouw hand mijn lief
die mijn wang teder omvat
is de volle maan


Inloggen weer gelukt

Het is even een tijdje stil geweest. En ik had een prima smoes voorhanden; het lukte me gewoonweg niet meer om in te loggen. Allerlei (om)wegen geprobeerd maar iedere poging mislukte. Natuurlijk vond ik dat helemaal niet erg. Daar zal ik eerlijk in zijn.
Ik had ook behoefte aan stilte. Even geen stukjes meer schrijven. Zinloze bezigheid. Wie zit daar op te wachten? Waarover moet ik schrijven? Kan ik nog iets schrijven wat niet al eerder is gezegd door mij of een ander.
Is het nodig om altijd maar origineel te zijn vraag ik mij nu af. En voor wie ik het doe is toch ook niet belangrijk. Als ik zin heb om een stukje te schrijven, dan doe ik dat toch lekker. Voor mezelf.
Blijkt het vandaag ineens heel simpel te zijn om in te loggen. Gewoon mijn password veranderd. Voor de zoveelste keer, dat wel. Ach, het zal ook allemaal wel. Ik begin gewoon weer opnieuw. Ook al heb ik niets te melden. Ach, moet dat dan?

woensdag 4 april 2012

Jammen in studio Mumvantijd

Beetje experimentele muziek maken met Eef is een zeer ontspannen bezigheid. We spreken af in welke toonsoort we spelen, maar verder laten we het gewoon gebeuren. En dat is heel leuk. Soms zitten er verrassende dingen tussen! Hier de opnames van 16 maart.
Jammen met Eef  part 1(The Monstergate experiment)

Marloes Vermaning &The Monstergate experiment part 2

part 3


dinsdag 3 april 2012

Vrij van ambitie

Zaterdag keek ik een documentaire over een schrijver die vertelde dat er in hem een groot schrijver schuilde maar dat die er niet uitkwam omdat hij zo ambitieloos was. Telkens als hij ging zitten om een verhaal te schrijven kwam hij niet verder dan een a4tje. Geen zitvlees en de drang om hout te hakken, dreef hem altijd weer naar buiten. Och, wat een feest van herkenning. De drang om naar buiten te gaan die heb ik ook. Iedereen heeft die waarschijnlijk wel. Maar die van mij is zo sterk dat ik gewoonweg wil gaan als ik zin heb om naar buiten te gaan. Met mooi weer heb ik daarom ook geen zin om te werken. Dan wil ik vrij zijn en de wind in mijn haren voelen. Wat werken betreft kun je wel stellen dat ik ook vrij ben van enige ambitie. Toen ik ooit een studiekeuze moest maken, kwam ik er al gauw achter dat ik eigenlijk niets echt leuk vond. Ik zocht een studie die totaal was. Het hele leven besloeg. Antwoorden kon geven op dringende vragen. Ik kon me niet voorstellen dat er een studie of baan zou bestaan die de hele lading zou dekken. Ook al wist ik niet wat die lading dan was. Ha, ik wilde eenvoudigweg schrijven over alles wat ik zag en waarover ik nadacht. En zingen en liedjes maken. Maar omdat ik toch moest kiezen (en voornamelijk van mezelf) koos ik maar voor de eerste de beste studie. In de wetenschap dat het dan toch niet uitmaakte. Als niets me echt boeide kon ik net zo goed maar iets gaan doen, om het even wat. Dit bleek niet te werken. Drie onafgemaakte studies en een burn out later, doe ik nog steeds wat ik graag doe. Ik kijk naar het leven en schrijf of zing erover. En als de zon schijnt, ben ik de deur uit.
Maar daar kun je toch je geld niet mee verdienen? Ach, dat zie ik dan wel weer.

maandag 2 april 2012

Pure verveling

Misschien is het wispelturigheid. Vijf maal op een dag je blog opnieuw ontwerpen. Maar het zit zo; de twijfel is toegeslagen. Er zijn zoveel mogelijkheden, en ik wil ze allemaal bekijken. Heb ik dan niets beters te doen? Dat antwoord moet ik je schuldig blijven. Er zijn wel andere dingen die ik zou kunnen doen ja. De was opvouwen. Solliciteren naar een baan waarvoor ik wel wordt betaald, het arrangement van een nieuw liedje bestuderen, de voortuin onkruidvrij maken (de buren blij maken), het speelgoed van de kinderen opruimen (zinloos natuurlijk), een rondje hardlopen (maar daar word ik moe van) of de badkamer soppen. Maar wat is beter? Dit kwam in me op. Geen idee waarom ik de drang had om mijn blog van een nieuw jasje te voorzien. En wie leest mijn blog eigenlijk?
Het is de verveling die is toegeslagen. Verveling leidt wel vaker tot geniale ingevingen. Maar dat hoeft niet. Afwachten dus maar.

Onvolkomen volmaakt

Voetje voor voetje schuif ik naar voren. Nauwelijks hoorbaar beweeg ik me naar het midden. Heel sierlijk en sereen, naakt en compleet Mijn voeten die de grond aftasten zonder het contact met de aarde te verbreken, mijn benen die me dragen en mijn romp rechtop. Als  een rots sta ik, loop ik, of nee, dans ik door het leven, aangetrokken door het centrum van het bestaan.Halverwege draai ik mij nog eenmaal vol ontzag om. Het is goed geweest! Geen stap die ik ooit heb gezet is misplaatst geweest. En nu doorgaan. Voetje voor voetje.
Er is geen korte, snelle of sluiproute, geen tussen of middenweg. Er is alleen maar de weg die voor mij ligt, en niet verder dan het zicht reikt. Even onbelangrijk is het om me bezig te houden met het hoe en waarom. Met wel of geen inkomen, zinvol of zinloos, gezond of ongezond, rein of onrein, goed of kwaad. Vooruit zo die gaat! En anders is het niet. Iedere vogel zingt zoals het gebekt is.
Ik ben op weg. En iedere stap die ik zet, ben jij in mijn gedachten. Daar kan ik kort of lang over zijn, een etiket op plakken of als iets onjuist beschouwen. Ook kan ik het aanschouwelijk maken. Maar daar stop ik mee. Ik ben gewoonweg blij dat jij er bent. Ja, alles is goed. Precies goed, compleet en volledig.
In al mijn onvolkomenheden ben ik volkomen volmaakt. Gek wijf dat ik ben!

donderdag 29 maart 2012

Weg is weg

Weg is weg.
En wat er voor in de plaats komt is niets.
Of heel veel.
Heel veel ruimte.
Een leeg vakje dat opnieuw ingevuld kan worden.
Met iets. Een oneindige hoeveelheid aan mogelijkheden.
Ach, misschien koester ik dat lege vakje nog een tijdje. Want trekken blijft het toch.
Maar weg is nu weg. En het voelt als een wijs besluit.

Spiegelbeeld


Als je in de spiegel kijkt ga je uit van wat je daar ziet. Maar ik weet inmiddels dat de ik die ik zie in de spiegel niet de werkelijke of wezenlijke ik is. Toch ben ik erg gehecht aan dit beeld. Daarom kleed ik me op de manier waarop ik me kleed. Het past bij het beeld wat ik heb van mezelf. Mooier maken vanbuiten door er een goed gevoel over te hebben vanbinnen.
Sinds een aantal jaren maak ik me meer en meer los van mijn gehechtheid aan het beeld in de spiegel. Het beeld is niet constant en mooi is ook alleen maar mooi in een bepaalde context.
De broek die ik heb gepast in een kledingzaak waar het licht op een bepaalde manier schijnt, zodat alles wat ik er pas per definitie mooi is, kan voor de spiegel thuis een hele andere kleur hebben. Een andere beleving natuurlijk, want de broek is hetzelfde.
Dus is het zaak om me helemaal los te maken van elke definitie die ik heb van mezelf. Om daarna tot de kern te komen van wie ik werkelijk ben. En alleen de essentie tevoorschijn laten komen. Ik heb de neiging om dan nooit meer in de spiegel te kijken, of dan juist weer wel iedere keer dat ik langs een spiegel loop. Tot ik merk dat ieder oordeel over mezelf zachter en milder is geworden. Dan kijk ik in de spiegel en dan zie ik mezelf. Op een dag trek ik dan gekke schoenen aan waar ik om word uitgelachen of juist weer toegelachen. Besluit ik voorlopig niet meer naar de kapper te gaan omdat ik niet meer bezig wil zijn met mijn kapsel. Er groeit haar op mijn hoofd. En dat is dan dat. Heeft mijn lievelingsvest vlekken die er nooit meer uitgaan in de was, en die blijf ik stug dragen terwijl ik alle goede adviezen van mijn moeder over vlekkenbehandeling in de wind sla.
Het valt me op dat hoe minder ik bezig ben met mijn uiterlijk, des te meer anderen erover vallen. Ik krijg meer complimenten. Dat ik er jonger uitzie, zachter, gezond, uitgeslapen, goed of zelfs sexy. Het beeld van mij komt juist krachtiger naar voren. Dit in stil contrast met de wens om kleiner te worden. Niet bescheiden, of minder belangrijk maar gewoon kleiner. Niet zo hard en aanwezig. Niet zo bezitterig en vooringenomen. Gewoon klein. Een iemand die de naam Marloes heeft gekregen. Oh, en als ik dan juíst begin te groeien, dan komt de twijfel. Dan wil ik stiekem onder mijn steen kruipen. Een stem in mij dwingt me dan weer in de spiegel te kijken. Alleen kijken en niets zien. Gewoon dat doen wat ik doe omdat dat nu eenmaal in mij zit. Daar dan juist weer helemaal niet gehecht aan raken.
Als ik dan een foto van mezelf ik de krant zie staan, dan mag die best een tijdje op het prikbord hangen zodat ik mezelf eens vanuit dat perspectief kan bekijken. Maar die heb ik er na een dag weer afgehaald. Want ook dit beeld is maar net hoe je het bekijkt. Het verandert niets aan wie ik ben. Werkelijk.
Een spiegelbeeld is gewoon een beeld dat gespiegeld weer wordt gegeven. Echt, meer is het niet.

maandag 12 maart 2012

Schemerlicht


De dageraad nadert en de kamer is gevuld met de belofte aan de warmte die straks zal komen. Alles is nu nog in schaduw gehuld maar het twijfelachtige schemer siddert van blijdschap en wacht zijn kans af. Daar op die grens tussen nacht en dag, en op het randje van het ontwaken van het licht, daar bevind ik mij. Op mijn knieën en gekleed in slechts mijn nachtkleed. En niet omdat ik iets kwijt ben geraakt, maar juist omdat ik verkeer in de wetenschap dat ik altijd al bezat waarnaar ik zo naarstig op zoek was. Een zoektocht waarvan ik mij grotendeels niet eens bewust was. Op deze grens zit ik, en alleen maar op dit moment omdat het me werd ingefluisterd in een droom waarvan ik snel ontwaakte en mij haastte naar de plek die mij verlichting zou geven. Maar in het donker kan ik niet zien. Alleen maar tasten in het duister en diep van binnen weten dat de zachtheid die ik voel waarde heeft.
Als de eerste vogel zingt, en het eerste straaltje licht naar binnen dringt, dan roep ik jou.
Dan roep ik jou!

Ode aan het Grote Niets

Vanmorgen na mijn derde kopje koffie, kwam dit curieuze liedje voorbij. De tekst heb ik gevangen en vol van verbazing en met plezier opgeschreven:

Het wiel van overvloed
Draait steeds maar door
En wat ik eens bezat
Komt ooit in een afvalvat
Het vervalt, het ontbindt
Even vluchtig als de wind
Maar wat altijd blijft
Is niets

Het zwaard van Damocles
Hangt boven ieders hoofd
En wat je vreugde geeft
Is dat wat je nastreeft
Maar het vervalt, het ontbindt
Even vluchtig als de wind
Maar wat altijd blijft
Is niets

Wees zo blij als een kind
Met je haren in de wind
Voel je vrij
Voel je blij
Prent in je kop
Niets is nooit op

De dag en de nacht
Zorgen voor alle levenskracht
In elke steen die je vindt
Zit ook het zuchten van de wind
Houd niets vast, laat het los
Dompel onder in de kosmos
Wat altijd blijft
Is niets

De zon en de maan
Kunnen niet zonder elkaar bestaan
En elke rimpeling
Is het beging van een bundeling
Maar in een tijdloos bestaan
Komt nergens een einde aan
Wat altijd blijft
Is niets

Wees zo blij als een kind
Met je haren in de wind
Voel je vrij
Voel je blij
Prent in je kop
Niets is nooit op

NB: Ik denk dat het een ode aan de Grote Nietsheid is. Aan de melodie wordt nog gesleuteld.

dinsdag 6 maart 2012

Verlichting

Vanmorgen toen ik tijdens het brak voelen na een zeer korte nacht, en wellicht nog enigszins onder invloed van een paar (of 4) glazen rode wijn, wat zat te staren naar het google scherm, maar eigenlijk niet wist wat ik dan in wilde tikken in de zoekmachine, kwam het ineens tot mij! Een overweldigend gevoel van bewustzijn. Een magisch moment, van misschien wel twee minuten kloktijd lang, verkeerde ik in een staat van totale gelukzaligheid. Een weten waar het leven over gaat. Een gevoel van herkenning en een helderheid die ik zelden heb waargenomen. 'Wauw' dacht ik na die paar minuten. 'Dit moet ik echt opschrijven!' En toen was het net zo plotseling weer verdwenen als het was gekomen. Of was het er nooit geweest? Een beetje diffuus nog zit ik nu te overpeinzen hoe ik deze wonderlijke ervaring het beste kan omschrijven. Maar ik weet het niet. Het enige wat nog is gebleven, is een gevoel van lichtheid, vrede en geluk. Ach, misschien was het wel niet meer dan dat.

Er is niets

Ik zit hier maar te zitten met het lege scherm nog voor me. De koffie inmiddels koud geworden, en mijn blik naar binnen gericht. En toch ontgaat me niets. Het gonzen in mijn hoofd, mijn koude voeten maar ook de poes die wat mauwt en snuft en onrustig heen en weer loopt. Playmobile poppetjes die worden aan- en uitgekleed door mijn zoon die in opperste concentratie kleine onderdeeltjes verplaatst van de ene naar de andere plek, en het patroon op zijn kleurige pyjama. De klokken in de kamer tikken ieder op hun eigen ritme. Ze tikken, onverschillig voor het getik van de ander. Mijn hart bonst en ik voel het kloppen in mijn keel. Weer een ander ritme. Plastic onderdeeltjes vliegen door de kamer, kleine voetstappen erachteraan. Het geluid van tikken, zoemen, gonzen, bonzen in en buiten mij, meer is het niet en het stelt niet veel voor. Maar nu is het alles wat er is. Ik sluit mijn ogen en geef me eraan over. En ik wacht af wat er gebeurt. Maar er gebeurt helemaal niets. En dat is fijn. Alles gaat precies zoals het gaat. En meer is het niet.

maandag 5 maart 2012

Boodschappen doen en het pad van zen

Boodschappen doen is soms een enorme kwelling. Een haast onmogelijke uitdaging om het pad van ZEN te bewandelen in een supermarkt. Overal, nee echt, overal kom ik van die moeders tegen. Moeders die gebukt gaan onder het gewicht van de zware last van hun kinderen. En die lopen er dan natuurlijk naast. Of achteraan. En wat die kinderen dan ook doen, het levert altijd een gemopper en in het slechtste geval een snauw van die moeders op. Dat ze vervelend zijn of doen, niet zo moeten zeuren, dat dit echt de laatste keer is dat, en anders gaan 'we' nooit meer dit of dat. Een en al gal, zuur en zwartgalligheid. Ik krijg spontaan medelijden met die kinderen. Wil ze in mijn winkelwagentje stoppen, ze opruien om gekke bekken te trekken naar hun moeder, haar aan de haren trekken of vermanend toespreken, of gewoon keihard gaan gillen. Maar dat is niet ZEN. En ik bewandel het pad van ZEN. Dan probeer ik ernaar te kijken zonder oordeel. En het te laten zijn. van die dingen. Maar overal waar ik loop, hoor ik die moeder de ruimte van haar kinderen vervuilen met haar vergif. De kinderen zijn de toekomst, en ik ben er dan in dat geval weer getuige van dat vrede voorlopig nog niet binnen bereik is. Of, nee, dat kan ik niet weten, en dan probeer ik in en uit te ademen en al van dit weer los te laten. Aandacht bij mijn boodschappen. Lucifers op mijn lijstje. Maar in mijn ooghoek zie ik weer zo'n scène waar ik de kriebels van krijg. Ik negeer het, ik negeer het. Rechtdoor naar de plek van de lucifers. Hé, waarom hebben ze de lucifers verplaatst, vraag ik me dan verwart af. Maar merk op dat ik sta te staren naar het vak met toiletpapier. En dan besef ik dat dit een heel rare plaats is voor lucifers. Spontaan krijg ik zin om die hele aanbieding Popla in de fik te steken. Adem in, en adem uit. Voel mijn voeten. Gehuil klinkt door de winkel. Mijn nekharen gaan rechtovereind staan. ZEN. Wat zegt dit over mij, schiet me dan te binnen? Welk een spiegel wordt mij voorgehouden? Misschien ben ik wel die rotmoeder. Of nee, ik kan ook wat doen aan dit 'probleem'. Oh, ik kan ook een gekke bek naar die moeder trekken. Een beetje humor om de zaak wat lucht te geven. Maar zulke moeders zijn levensgevaarlijk. Nee, toch maar niet doen. Wacht, als ik er niks aan kan doen, dan moet ik de situatie accepteren. Op het moment dat ik dat bedenk, sta ik ineens voor een schap met schattige glaasjes in allerlei leuke kleuren. Zonder erbij na te denken leg ik er drie in mijn karretje. Niet nadenken, maar aanwezig zijn met aandacht. Ja, ik weet het weer, dat was de oplossing. Maar waarom leg ik dan die glazen in mijn kar? Die heb ik niet nodig. Impuls aankoop. Of, is dit gewoon spontaan? ZEN. Uiteindelijk lukt het me om de lucifers te vinden op de plek waar ze (altijd) liggen, race ik naar de kassa met alle boodschappen op mijn lijstje, exclusief schattige hebbedingetjes, en kom ik bezweet en enigszins beduust thuis. Twee koppen koffie later, zit ik dan er een blogberichtje over te schrijven, terwijl de cafeïne door mijn lichaam giert. Loskomen van het denken. Het pad van ZEN. Dat ik hierover schrijf zal dan ook wel niet ZEN zijn.

maandag 27 februari 2012

Eigenlijk

Het eigenlijk wat anders willen is mijn grootste uitdaging. Zolang ik diep van binnen blijf roepen dat ik eigenlijk wat anders wil, zal mijn lijden nooit ophouden. Maar misschien is dat ook precies de bedoeling. Nu kan ik blijven zoeken naar dat andere. Dat ‘iets anders’ blijft een fata morgana. Want als ik dan eindelijk het een heb, ontbreekt het ander weer. Eigenlijk is het een zoeken naar volmaaktheid. Een staat van zijn die even vluchtig is als mijn zoektocht. Soms lijken de dingen om me heen even volkomen volmaakt. Het volgende moment is alles weer anders. Totaal volmaakt is het nooit. Dat alles eindig is, geeft enig rust. Vanaf ieder moment dat je leeft, kan je leven op ontelbaar manieren ingevuld worden. Niets blijft zoals het vandaag is. Misschien voor een tijdje, maar niet eeuwig. Ook deze dag gaat gewoon voorbij. En misschien lijken alle dagen op elkaar, en heb ik het gevoel dat er geen schot in de zaak zit, toch zit er ongemerkt beweging in. Er is altijd beweging. Het wiel draait door. Dan is inderdaad totale aanvaarding van wat er is, de eenvoudigste manier om je leven te leven. Maar het willen, het verlangen, het wensen, het dromen, houdt mij in een rare wurggreep. Het is niet genoeg om te WILLEN leven in het hier en nu. Als je namelijk erg je best zit te doen om het leven te aanvaarden en het nu te omarmen, dan schiet je ook je doel voorbij. Probeer maar eens een tijdje nergens aan te denken en ga maar eens lekker zitten zijn. Dit op basis van WILSKRACHT doen is totale tijdsverspilling. Het WILLEN moet de mond gesnoerd worden, en aan banden gelegd om uiteindelijk een zachte dood te sterven. En dit op een natuurlijke manier, heel zachtjes zonder dat IK het in de gaten heb. Net zolang tot er niets meer over is van MIJ. Maar dan vraag ik mij af of ik wel wil sterven. Ben ik bereid op te gaan in het Grote Niets, zodat ik eindelijk gewoon BEN zonder ook maar iets werelds te verlangen? Nee, dan wil ik liever toch wat anders. Laat mij dan in godsnaam doorgaan met mijn leven lijden. Ik lijd, dus ik besta.