zondag 9 oktober 2011

Woordenschat

Tijdens het avondeten was het woord 'piemel' weer eens niet van de lucht. Zowel mijn jongste als mijn oudste zitten heel duidelijk in een bepaalde fase waarin regelmatig beide genitaliƫn behoorlijk bij de naam worden genoemd. Die woorden blijken echt overal voor gebruikt te kunnen woorden; zowel als zelfstandig als bijvoeglijk naamwoord, maar zeker ook in gezegdes komen ze goed van pas. Ik wist het niet, maar mijn kinderen zijn daar heel handig in.
Omdat ik er moe van werd, bedacht ik een plannetje. Mannetje Piemel mocht als leuk spelletje honderd keer achter elkaar zijn lievelingswoord hardop zeggen. Wij zouden heel hard mee tellen. Eerst begreep hij het niet zo goed. Hij maakte er een komisch liedje van waar wij al na tien tellen knettergek van werden. Snel zagen wij in dat hij het desnoods de hele avond vol zou houden. Nee, beter was het als hij gewoon enkel het woord 'piemel' achter elkaar zou herhalen. Braaf volgde hij onze instructies op. Handig deed hij het met behulp van een ritme. Daar is hij heel goed in geworden, dit heb ik hem geleerd om het tellen beter onder de knie te krijgen. Ja, ik kan heel fanatiek zijn in het aanleren van belangrijke vaardigheden waar ze op de kleuterschool ongetwijfeld hoge ogen mee zullen scoren. 'Wist u dat uw zoon al tot honderd kan tellen in het frans, op het ritme van het liedje 'altijd is Kortjakje ziek' 'Ja, in het spaans, engels, duits en italiaans ook!', zeg ik dan vol trots. Een dikke aantekening in zijn dossier!
Binnen no time had hij honderd keer 'piemel' ritmisch uitgeroepen. Had helemaal geen enkel effect! Slimpie was zo enthousiast geworden dat hij bedacht dat hij hetzelfde wel kon doen met het woord 'scheet'. Zucht.
Ik moest er wel heel hard om lachen. En daarmee overtrad ik een hele belangrijke regel; lach nooit om je kinderen als je ze eigenlijk serieus moet toespreken. Best wel kut af en toe, die slimme kinderen!