vrijdag 26 augustus 2011

Welkom thuis

Vandaag keer ik terug. Terug naar huis. Ik heb hier lang genoeg geluierd, gekeken, geluisterd naar de stemmen in de nacht, getwijfeld, bedachtzaam om me heen gekeken, me verstopt, weggekropen voor de man met de zeis, en mijn adem ingehouden om mezelf niet te verraden. Genoeg eenzame nachten en genoeg spelletjes gespeeld. Mijn ziel roept. Het zijn noodkreten geworden. Een sirene waarvan het geluid door je botten klinkt, je haren rechtovereind gaan staan en je pupillen groter worden. De noodklok luidt. Maar ik kijk niet meer achterom. Alles is eigenlijk precies verlopen volgens plan. Al mijn zuchten, al het dwalen, al mijn lopen in cirkels, in bochten wringen en het langzaam wegkwijnen, al dit is gebeurt maar niet zonder reden. Het huis waarnaar ik terugkeer is gegroeid en mooier geworden. Met een tuin met wilde bloemen, en gras en fruitbomen en plekken waar je even kunt zitten om te luisteren naar het gekrakeel van de merels, het zuchten van de wind en het slaan van de golven. De zee ligt binnen handbereik en je kunt er de zon iedere dag zien ondergaan. Het huis leeft! Ja, het huis leeft en ademt het leven in iedere hoek en in iedere kier van de vele kamers die het rijk is. Alle ramen staan wijdopen zodat de geesten van de nacht stil weg kunnen glippen naar buiten. Zonder tromgeroffel en zonder ook nog maar een spoor achter te laten. De zeeuil hoeft niet met zijn snavel te pikken tegen gesloten ruiten maar kan naar believen binnen komen. En iedere morgen sla ik dan op de grote trommel en vul mijn longen met lucht en met het leven.
Het huis lacht, danst, baart, huilt van geluk en snort als een tevreden poes op de schoot van de oude vrouw voor de open haard. Kinderen spelen er verstoppertje en blindemannetje, voelen zich veilig en begrenst in dit prachtige witte huis vol leven.
En voortaan zal ik niet meer schrijven over mijn huis, maar het aantrekken als een behaaglijke jas om het te dragen totdat ik weet dat het tijd is. Want er komt altijd weer een dag dat ik terug moet naar het bos. Het donkere bos met zijn vele kuilen, en rotsen, onheilspellende bronnen, wilde dieren en takken die de pas afsnijden. Maar ook dan kan ik turen tussen de bomen en daar in de verte de witte muren nog zien. Het zonlicht dat niet altijd zichtbaar is maar toch altijd schijnt voor degene die zijn hoofd opricht naar de hemel.
Ik ga en ik weet dat ik altijd weer welkom ben.
Welkom thuis.