vrijdag 26 augustus 2011

Er was eens een grijze muis

Een grijze muis stond eens voor het altaar met aan haar zijde een grote bloeddorstige leeuw. Hoewel zij bang was dat hij haar in haar huwelijksnacht met huid en haar zou verslinden zei ze blijmoedig ‘Ja’. Het huwelijksfeest duurde te kort naar haar zin en de vele gasten bleven weg uit angst voor de vreselijke brul van de leeuw. Zodoende kwam er aan haar prille geluk al snel een einde, toen het monster haar naar hun bruidssuite maande, en haar daar met een ferme zwaai van zijn poot buiten westen sloeg. Trillend van wanhoop kwam de muis bij en zag tot haar grote verbazing dat zij nog in leven was. De leeuw zat verveeld in een hoekje en rookte een zware pijp.
‘Waarom ren je niet weg?’ vroeg de leeuw terwijl hij kringen van rook de lucht in blies.
‘Ben ik dan niet afzichtelijk en gevaarlijk? Ren voor je leven!’ sprak hij nu vol dreiging terwijl hij de pijp met tabak in de lucht hield.
‘Ik durf niet te vluchten’, piepte het muisje.
‘Dan is het geluk nog even aan je zijde’ sprak de leeuw op samenzweerderige toon en nam nog een trek van zijn pijp.
De grijze muis die inmiddels begreep dat dit verhaal hoe dan ook slecht voor haar zou aflopen, wenste dat zij nooit in deze val was gelopen. Een hele diepe zucht ontsnapte aan haar keel en het was deze zucht die haar op een idee bracht.
‘Vluchten, daarvoor ben ik niet dapper genoeg, maar voordat ik sterf zou ik je eenmaal recht in de ogen willen kijken. Daarna mag je doen met mij wat je maar wenst. Ik accepteer mijn noodlot’ zei de muis rustig en bedeesd.
De leeuw knipperde eenmaal met zijn ogen maar leek haar voorstel tenslotte goed te keuren.
‘Jij bent anders best een dappere muis mijn vrouw’, fleemde de leeuw met een hongerige blik in zijn ogen. Hij stak zijn ene poot naar de muis uit terwijl hij een stevige trek nam van zijn pijp met zijn andere poot. De muis hipte op de palm van de gevaarlijke klauw en werd in een sierlijke handomdraai voor de ogen van de bloeddorstige leeuw gebracht. De zware geur van tabak en de slierten rook bedwelmde bijna de nerveuze muis. Snel ademde zij een flinke hap lucht in en blies toen met al haar kracht naar het kleine vuur in de pijp die de leeuw nog steeds in zijn grote bek hield. Op dat moment wakkerde er een enorme wind aan in de kamer, het kleine vuur in de pijp werd verder opgestookt en nog voor de leeuw kon reageren vatten zijn dikke en droge manen vlam. De muis blies en blies met al haar levenskracht en de wind kwam ineens van alle kanten en groeide uit tot een orkaan. Weldra stond de leeuw in vuur en vlam en ditmaal letterlijk. De leeuw brulde zijn bloeddorstige brul en de muis wist nog net voordat de zware klauw zich sloot uit de voeten te maken. De wind gaf het dappere muisje vleugels en zij vloog door het sleutelgat de kamer uit. De leeuw slaakte een laatste kreet en viel toen ten aarde. Wat men uiteindelijk nog vond in de kamer was een hoopje as en een pijpje tabak. Het grijze muisje vloog rechtstreeks naar huis, sloot zichzelf op in haar holletje en durfde de rest van haar leven geen stap meer te verzetten boven de grond.
Maar misschien eindigde het wel anders en trouwde ze met een ander grijze muis en leefde ze nog lang en gelukkig.