zaterdag 21 augustus 2010

Geduldig thuis

Soms lijk ik een slaaf van mijn eigen gedachten. In mijn hang naar perfectie kan ik wanhopig door mijn huis lopen en me afvragen waarom óns huis zo afgeleefd is en het huis van de buren zo perfect onderhouden. Waarom hebben wij geen dakkapellen, schoonmaakster, onkruid vrije tuin, schoon aanrecht, kinderen met kleertjes zonder vlekken, schimmelvrije badkamer, design meubelen, katten die nooit kotsen en niet verharen, kinderen die geen rommel maken en was die zich niet ophoopt? Laatst kreeg ik weer eens de kriebels en heb ik de voor en achtertuin omgespit. Nadien had ik niet alleen schouder- en nekklachten van deze veel te zware arbeid maar ook heel sterk het gevoel dat ik dit al eens eerder had meegemaakt. Vorig jaar dus. Toen kreeg ik in ongeveer dezelfde periode de onbedwingbare drang om iets te veranderen aan onze Villa Kakelbont. Rukken en trekken aan planten en de grond flink omwoelen leek me toen ook een slimme oplossing voor mijn onrust. Een jaar later ziet de tuin er dus weer hetzelfde uit.
Zo gaat het eigenlijk met alles. Mijn huis lijkt een perfecte weerspiegeling van mijn onrustige geest. Het piept en kraakt aan alle kanten, zucht onder het gewicht van een kudde kinderen die door het huis banjeren, kijkt vol mededogen naar alles wat zich tussen de muren afspeelt en barst nog net niet uit zijn voegen. Maar het is wel een warm en knus huis. En zeer geduldig. Het zucht, drupt wat water uit een lekkende leiding maar fluistert vervolgens dat ik maar lekker naar het strand moet gaan met de kinderen. Het behang wat ooit doelwit was mijn peuter zijn woede, de plinten die van de vloer werden gerukt tijdens een ontdekkingstocht van mijn kleine dreumes, de trap die nog wel even kon wachten met schilderen maar nu al vijftien jaar aan zijn lot wordt overgelaten en de muren die gebruikt werden door een experimenterende kleuter met stiften kunnen allemaal nog wel even langer wachten. ‘Ach, zo gaat dat’, fluistert mijn huis. ‘Komt goed. Morgen. En anders overmorgen.’ En ach, dan zak ik wat onderuit en dan laat ik maar weer de boel de boel. Met een boek in de tuin, kopje thee en de kinderen om me heen die hutten en zandkastelen bouwen.