zaterdag 21 augustus 2010

Onkruid

Met mijn tuin heb ik dus een haat-liefde verhouding. Ja, ik ben heel blij dát ik een tuin heb. Een tuin op het zuiden ook nog. Met een terras, een schuur die dienst doet als muziekstudio, een grasveldje en een rommelplek voor de kinderen. Verder nog twee kleine stukken tuin waarin ik me flink kan uitleven. En dat doe ik ook. Maar het lijkt ieder jaar weer uit te lopen op een gevecht tegen het oprukkende onkruid. Op mijn eigen en zeer unieke wijze doe ik dat uiteraard. Eerst geniet ik in het voorjaar van alles wat groeit en bloeit in mijn tuin. Mijn moeder begint me dan al te waarschuwen voor de bloemetjes die er onschuldig uitzien maar straks mijn hele tuin overwoekeren. Daar luister ik dan niet naar. Ik laat de natuur lekker zijn gang gaan. Totdat ik door het bos van onkruid de bomen niet meer zie. En nu heb ik alles weer kaalgeplukt. Omdat ik nu toch iets geleerd heb van de vorige jaren heb ik plastic gelegd over het stuk braakliggende grond. Om al dat onkruid even in de kiem te smoren. Ik ben tenslotte de baas, ja!
Zucht, weer geen rust. Het komt er gewoon onder vandaan gepiept. Ik wacht wel weer tot het voorjaar wordt. En de zomer is nog niet eens voorbij.

Geduldig thuis

Soms lijk ik een slaaf van mijn eigen gedachten. In mijn hang naar perfectie kan ik wanhopig door mijn huis lopen en me afvragen waarom óns huis zo afgeleefd is en het huis van de buren zo perfect onderhouden. Waarom hebben wij geen dakkapellen, schoonmaakster, onkruid vrije tuin, schoon aanrecht, kinderen met kleertjes zonder vlekken, schimmelvrije badkamer, design meubelen, katten die nooit kotsen en niet verharen, kinderen die geen rommel maken en was die zich niet ophoopt? Laatst kreeg ik weer eens de kriebels en heb ik de voor en achtertuin omgespit. Nadien had ik niet alleen schouder- en nekklachten van deze veel te zware arbeid maar ook heel sterk het gevoel dat ik dit al eens eerder had meegemaakt. Vorig jaar dus. Toen kreeg ik in ongeveer dezelfde periode de onbedwingbare drang om iets te veranderen aan onze Villa Kakelbont. Rukken en trekken aan planten en de grond flink omwoelen leek me toen ook een slimme oplossing voor mijn onrust. Een jaar later ziet de tuin er dus weer hetzelfde uit.
Zo gaat het eigenlijk met alles. Mijn huis lijkt een perfecte weerspiegeling van mijn onrustige geest. Het piept en kraakt aan alle kanten, zucht onder het gewicht van een kudde kinderen die door het huis banjeren, kijkt vol mededogen naar alles wat zich tussen de muren afspeelt en barst nog net niet uit zijn voegen. Maar het is wel een warm en knus huis. En zeer geduldig. Het zucht, drupt wat water uit een lekkende leiding maar fluistert vervolgens dat ik maar lekker naar het strand moet gaan met de kinderen. Het behang wat ooit doelwit was mijn peuter zijn woede, de plinten die van de vloer werden gerukt tijdens een ontdekkingstocht van mijn kleine dreumes, de trap die nog wel even kon wachten met schilderen maar nu al vijftien jaar aan zijn lot wordt overgelaten en de muren die gebruikt werden door een experimenterende kleuter met stiften kunnen allemaal nog wel even langer wachten. ‘Ach, zo gaat dat’, fluistert mijn huis. ‘Komt goed. Morgen. En anders overmorgen.’ En ach, dan zak ik wat onderuit en dan laat ik maar weer de boel de boel. Met een boek in de tuin, kopje thee en de kinderen om me heen die hutten en zandkastelen bouwen.

dinsdag 17 augustus 2010

De weg naar geluk

Het stelt me gerust om te bedenken dat iedere stap die je neemt, groot of klein, leidt naar geluk. Soms ben je echter zo bezig met welke weg de juiste weg is, dat je niet meer ziet dat geluk heel dichtbij is. Iedere weg die je neemt is goed. Je kunt eigenlijk nooit een afslag missen en komt altijd op je bestemming aan. Het enige wat kan gebeuren is dat je bang bent om te verdwalen. En angst remt af, maakt het zicht wazig en zaait twijfel. Wie zaait, zal oogsten. Maar als je vol vertrouwen oogst wat je hebt gezaaid, ben je meteen al weer een stap verder op weg naar geluk.