zondag 30 mei 2010

Tijdelijk ontlast

Vroeger kon ik helemaal niet poepen op een camping. Dat je in een hokje zit die aan de boven- en onderkant open is, zorgde onmiddellijk voor een darmverkramping die in het ergste geval de hele kampeertijd standhield. Tegenwoordig zijn mijn darmen wat beter bestand tegen het gevoel van onbehagen dat je bekruipt als slechts vier kierende wandjes je enige privacy proberen te verschaffen. Nee, ik kan aardig poepen hoor op een openbaar toilet. Maar toch heb ik er nog steeds moeite mee als aan de ene of aan de andere kant van mij iemand zit die zich op het zelfde ogenblik zit te ontlasten. Sommige mensen doen dit heel discreet maar er zijn ook mensen die gewoon ronduit zitten te bouten. Oké, ik laat ook wel eens wat lucht ontsnappen als ik voorzichtig de sluisdeur openzet. Maar hijgen, steunen, kreunen, puffen, blazen en grommen gaat mij wat ver hoor. Dan wil ik zo snel mogelijk het toiletgebouw verlaten, en in ieder geval nog voordat ik die 'doordouwer' onder ogen kan komen. Mocht dit niet lukken, blijf ik in het ergste geval nog even langer zitten, totdat de kust weer veilig is. Echt, ik wil liever geen gezicht bij die kontgeluiden. Liever wil ik het hele voorval zo snel mogelijk vergeten. Anders ga ik teveel nadenken. Of de desbetreffende persoon wel of niet de handen heeft gewassen. Of daar wel of geen zeep bij betrokken was. Of de boven- of onderkant van de wc deur aangeraakt is. Hoe ik de ruimte kan verlaten zonder dat mijn handen komen op de plekken waar die ander eventueel is geweest. Of anderen. Met 4 toiletten op een rij is dat een drama. Geen doen.
Sociaal contact vermijd ik dus op een camping-wc. Het is míjn moment die ik liever niet wil delen met vreemden. Waar ik dus echt heel veel moeite mee heb, is als er een rij staat voor de toiletten. Dan ga ik maar even buurten in de herentoilet. Daar is namelijk altijd wel een plekje vrij.
'Die is de weg kwijt', hoor ik dan. 'Nee hoor, hier is het veel gezelliger', roep ik dan vanuit mijn hokje terwijl ik zonder schaamte alle valse lucht laat gaan. Hoewel ik er duidelijk een indringster ben, geeft mijn brutale daad mij tijdelijk enige macht. 'Pas maar op heren, ik kan hier ieder moment binendringen. Let op je poepmanieren!' Alle schaamte voorbij, op een herenplee. Een ontlasting die trouwens ook maar tijdelijk is. Daar voel ik me tenslotte ook niet echt thuis.
Oost, west, thuis poept het best.

woensdag 12 mei 2010

Verhuizing 2

Het hebben van een tweede huis (of caravan) brengt enige luxeproblemen met zich mee. Je bent wekelijks spullen aan het verplaatsen van de ene naar de andere plaats. Dit kun je zeer consciëntieus doen, volgens een bepaalde methode of met gebruik van hulpmiddelen- zoals briefjes waarop staat dat je niet moet vergeten je vieze onderbroeken weer mee te nemen naar het huis mét wasmachine-, maar je kunt het ook zeer spontaan doen. Een beetje op de wijze waarop mijn kinderen te werk gaan.(Schone onderbroeken vinden op een dag zeer spontaan een nieuw onderkomen in de verkleedkist, krijtjes verplaatsen naar alle hoeken en gaten van de bovenverdieping en blokken vind ik terug in de wasmachine.)
Ik pak het dus aan op de manier zoals mijn kinderen dat doen; onordelijk en onorthodox. Zit ik in mijn caravan, kom ik erachter dat ik 1 sok, 3 hemden en 1 schoon t-shirt mee heb genomen. Geen onderbroeken. Ben ik weer thuis, zoek ik me rot naar mijn lievelingsvest die in de caravan blijkt te liggen. In de schone was kom ik steeds 1 enkele sok tegen en met slecht weer loop ik op campingslippers over het natte gras. Alle lekkere koekjes liggen altijd daar waar ik niet ben en het boek waar ik in was begonnen, lees ik niet uit omdat die is zoekgeraakt tussen de campingspullen. Nu zijn er twee plaatsen met vieze vaat; plakkerige limonadebekers, vette pannen en beslagen theemokken. Nooit tijd om de afwas eens grondig te doen want ik ben altijd onderweg van hier naar daar. En ach, het maakt me niks uit. Het leuke aan deze 'laat-maar-waaien' methode is dat alles kan en alles mag. Op een bewolkte dag op de camping was echt al het serviesgoed al 3 keer gebruikt. Omdat ik geen zin had om met een afwasborsteltje en een teil tussen de Duitse gasten te gaan staan in een koude spoelkeuken, heb ik de complete vieze vaat in de achterbak van de auto geladen. Die heeft thuis heerlijk een nachtje doorgebracht in de afwasmachine.
Trouwens, de meeste spullen hebben we gewoon dubbel. Dubbele (koel)kasten en dubbel zoveel inhoud. Alleen even de houdbaarheidsdatum in de gaten houden. En dat vind ik dan weer lastig. Toch een luxeprobleem...

zaterdag 1 mei 2010

In de knoop

Het is zeer opmerkelijk te noemen dat tegenwoordig bij elk kledingstuk wat ik aanschaf een zakje met een setje reserveknopen is bijgevoegd. Ik verbaas me daar iedere keer weer over als ik met schaar de prijskaartjes verwijder. Is het de bedoeling dat ik deze bewaar in de veronderstelling dat ik (sier)knopen vervang zodra deze spontaan mijn stuk textiel verlaten? Zegt deze schijnbare service soms iets over de kwaliteit van het betreffende kledingstuk? Hoef ik slechts mijn schouders op te halen als de knopen er vanaf springen binnen afzienbare tijd, en moet ik dan in een speciaal laatje op zoek gaan naar reserve om die er zonder blikken of blozen weer aan te naaien?
Maar wil ik dat wel?
Heb ik zin om al die zakjes ergens te bewaren?
Moet ik er maar gewoon rekening mee houden dat de kwaliteit van de door mij aangeschafte kleding te wensen overlaat?
Is enige handigheid op het gebied van knopen naaien een vereiste geworden als je niet te veel geld wilt uitgeven aan kleding? Of laat ik mij keer op keer een oor aannaaien?
Kijk, mijn oma had vroeger een pot met knopen en een kistje met garen. Pure zuinigheid en huisnijverheid was het om sokken te stoppen, gaten te dichten en knopen aan te naaien. En zij was er behoorlijk handig in. Maar ik zit al in knoop nog voordat ik mijn draad door het oog van de naald heb gekregen.
Gaar word ik van al die knoopjes in die zakjes.
Bewaren of resoluut weggooien?
Ik ben er nog niet uit.

Vitamine Zee

Het gras, het duin en het stille zand,
mijn voetstappen op mijn binnenland,
ik voel me leeg, mijn hoofd zit vol,
ik oog tevree', houd me aan mijn rol.

De zee kalmeert en geeft mij rust
maar het vuur in mij is nog niet geblust.
Het leven wacht ik kalmpjes af
maar ik wou dat zij mij een teken gaf.

Rustig en gedwee is mijn liefste strategie
en ik wacht net zo lang
totdat ik door het bos de bomen niet meer zie.

Mijn vingers en mijn tenen wroeten in het zand
en met mijn blik op oneindig
zit ik urenlang op dit onbewogen land.