donderdag 15 april 2010

Ridder te voet

Mijn fiets is mijn auto. Brengt me daar waar ik heen wil gaan. Met of zonder boodschappen, kinderen, kampeerspullen, strandspullen, rommelmarktspullen, vrolijke bigshoppers, schoolbekers en boterhamtrommeltjes, zakken aarde, serviesgoed, appeltaarten en lege flessen voor de glasbak. Bijna alles vervoer ik op mijn fiets. Groot pluspunt aan mijn praktische bakfiets is dat hij sinds enige tijd over een motortje beschikt. Trapondersteuning heet dat. En dat is super! Nooit meer tegenwind! Zo fiets ik fluitend én met tegenwind met een volle lading langs de hondsbossche zeewering. En dat doe ik iedere week.
Afgelopen maandag had ik voor het eerst serieuse problemen met mijn 'mercedes'. Water in de motor, luidde het vonnis van de reparateur. Komt wel weer goed, het is een kwestie van even laten drogen. Na het weekend wordt mijn stalen ros weer uitgerust met motortje. Nà het weekend! Oh nee!
Nu loop ik sinds een paar dagen. Als een ridder te voet. Hoe deed je dat ook al weer? Kinderen ophalen van school zonder fiets? Het mondde meteen uit in een verstopspelletje. De bel was al gegaan maar ik was mijn kinderen kwijt. Ze hadden zich verstopt achter een auto...