donderdag 11 maart 2010

Verbazingwekkend

Ik kan me zeer verbazen over de wereld om mij heen.
Zoals laatst toen twee dikke, wiegende heupen voor me liepen op straat. De een omklemde een handtas, de andere een wandelstok. De zon straalde dat het een lieve lust was en je kon de vogels het voorjaar horen aankondigen.
Het gesprek dat de dames voerden kon ik luid en duidelijk horen.
'Nou, het werd anders wel eens tijd dat de zon zou gaan schijnen', zei de ene.
'Ja, het is toch verschrikkelijk', zei de ander.
'Wat een rotweer hebben we toch gehad!'
'Nou inderdaad, het heeft ons niet meegezeten.'
'Het wordt hoog tijd dat de lente begint', mopperde de ene weer.
'Ja, het was echt een hele donkere winter', mopperde de andere weer verder.
Ze gingen zo op in hun gemopper dat ze niet eens door hadden hoe heerlijk zacht de zon hun wangen beroerde. De hemel was prachtig blauw, de lucht vol van leven, het leven vol van kleur. Het voorjaar in elke cel van mijn lichaam te voelen.
Vlug ben ik langs ze gelopen om deze plaatselijke mist te ontwijken. Kennelijk scheen de zon op dat moment speciaal voor mij.

Een andere keer fietste ik achter een scootmobiel. Voorop zat een dikke man met dikke bril en vette grijze haren, achterop (ik wist echt niet dat het mogelijk was) zat een mager oud wijf een sigaretje te roken. Even voor het beeld; ze deelden het zadel van dit wagentje. Ik vraag me af hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen. Maar goed, ze reden over het fietspad in best een rap tempo. Sigarettenrook vulde mijn neusgaten en ik wilde ze net gaan inhalen om deze vervuiling van mijn frisse lucht te doen eindigen toen de vrouw voor mij, en achter de man dus, het deed. Ze deed het! En ze was er heel erg succesvol in ook. Ze deed het heel nonchalant en ze had dit vast al veel vaker gedaan: ze gooide haar sigarettenpeuk in het water. In het water! De gewoonste zaak van de wereld. Daar zakt mijn broek van af. Ik kan me er nog steeds over verbazen.